Dag 18. Aan de inwoners van Maaseik. Voor Pampus liggen. Ontploffing op de bunker. TV, radio en opnieuw TV.

Afgelegd traject : Maasmechelen – Maaseik : 22 km. Reistotaal : 560 km. 

Weersomstandigheden :  “Ik zorg vandaag wel voor het weer , taffeleir” zei de kapitein. Dus mooi.

Vaarkwaliteit : lage waterstand, verschillende stroomversnellingen.

 

 

Aan de inwoners van Maaseik,

 

Beste mensen,

 

Toen Vasco da Gama na jarenlange omzwervingen op zee terug thuiskwam, stonden er op de kade twee visboeren die hem vroegen of hij iets gevangen had.

Toen wij in Maaseik aankwamen stond er een uitzinnige menigte ons op te wachten.

Duizendmaal bedankt lieve mensen !

 

Toen we vertrokken werden we beschouwd als een paar gekken, we werden ingehaald als helden.

(Alleen ik ben met een gek vertrokken en met een gek thuisgekomen.!)

De ontvangst was grandioos, merci familie, vrienden, supporters, collega’s en muziekmakers .

Ik krijg meer en meer het gevoel dat wij de tocht samen maken. Toch ook weer speciale dank voor Rudi en Erik.

 

Geachte Heer Burgemeester en Schepenen ,

 

Hierbij wil ik mij  nogmaals bij u verontschuldigen voor het verwerpelijk gedrag van onze kapitein.

Ik was zo fier toen u ons tot ereburger van de stad ridderde en ons de erepenning van Maaseik overhandigde.

De onnozele opmerking van onze kapitein of hij die penning ook in een karretje van de GB kon steken vind ik totaal afkeurenswaardig.

 

Maar u kent hem wel heer burgemeester, morgen loopt hij zo fier als een gieter met die medaille in een ringetje aan zijn oor te paraderen op het dek.

“Als wij het  koninkrijk van de Vereenigde-Oost-Indische Compagnie binnenvaren, moet ge er een beetje als zeerover uitzien” zal hij dan wel zeggen.

 

Ook toen hem zogezegd een interview werd afgenomen voor CNN  en een beetje laveloos tegen de apparatuur over de Maaswaterstand stond te lullen (“dju wat een grote microfoon  !”) zullen wij maar beschouwen als een verstoring van het evenwicht tussen zijn zeehoofd  en waterbenen (of moet het nu andersom zijn ?)

U zult het hem wel vergeven, hoop ik.

 

Voor de rest was het een perfecte ontvangst, een gelukkig weerzien en een groot feest.

Morgen varen we verder. Maaseikenaren,  u zit bij ons op de boot!

 

Verslag van de dagtocht.

 

Omdat wij op tijd in Maaseik wilden aankomen, zouden we zo vroeg mogelijk vertrekken.

Goed  geslapen maar slecht gedroomd zei Wiel toen hij uit zijn kapiteinssloep stapte.

Na een stevig ontbijt werden we door onze vrienden en tegelijkertijd ook hoofdsponsor teruggereden naar de stopplaats van gisteren.

 

Wij waren om acht uur aan het water waar we een afspraak hadden met VTM die ons doen en laten filmden en ons een tijdje zouden volgen. Radio en tv zou een thema van de dag worden.

 

Het gebied van de Grensmaas deed ons een beetje denken aan het landschap van de eerste week :“ La Meuse Sauvage”.

Helder water, veel waterplanten, vissen, grillige stroomversnellingen , prachtige flora en absolute rust.

 

Mijn gedachte ging ook naar de beschouwingen op het einde van zijn reisboek Down Under waarin Bill Bryson schrijft dat zijn tocht door Zuid-Australië als het ware een samenstelling was van de meest mooie landschappen uit Europa en Noord-Amerika en daarbij vernoemt hij onder meer “the Meuse valley of Belgium”.

 

Ondanks de lage waterstand was er een goede stroming zodat we al om 12.00 u in Heppeneert waren en aan de Nederlandse oever een paar uur voor Pampus gingen liggen. We werden pas rond 14.00 u in Maaseik verwacht.

Het werden een paar uren van herinneringen ophalen en plannen maken voor de volgende dagen. Rustig dobberen.

 

En om 14.00 u ontplofte het feest op de bunker aan de Maasdijk. (zie boven)

 

Om 17.00 u was het tijd voor de was en de plas. Vanavond gaan we nog naar de Sjeiven om het behalen van ons eerste objectief te vieren. Ik vrees dat ik daar morgen niets meer van ga weten en dat het ook geen vliegende start zal worden.

Tot morgen !

 

NB . Gerda en André bedankt voor uw bezoek vanuit Vicq !

Dag 17 Brief aan de heer Neureuther, de knapkoekroute, een brug te veel en de kapiteinssloep.

Afgelegd traject : Visé – Maasmechelen : 40 km. Reistotaal : 538 km. 

Weersomstandigheden : perfect , mooi.

Vaarkwaliteit : nogal wat pleziervaart, man overboord.

Brief aan de heer Neureuther, juwelier te Maaseik

Geachte heer Neureuther, beste Goof,

Naar aanleiding van uw ongewone belangstelling voor hoe het met onze seksuele activiteiten gesteld is, zijn wij blij u eindelijk een antwoord te kunnen formuleren.

 

Mijnheer Goof, eerlijk is eerlijk, maar na 17 dagen van hard labeur mogen wij zeggen  dat wij onze kroonjuwelen evengoed bij u in de etalage hadden kunnen leggen.  Enigszins opgepoetst natuurlijk !

 

Ik weet niet of u ervaring heeft met hard werken, maar ik kan u verzekeren dat wanneer u tien uur per dag aan de peddel heeft getrokken, u ’s avonds totaal geen zin meer heeft voor een gevecht met de gouden sabel. Om het maar eens met een u bekend edelmetaal te zeggen.

 

Goof, geloof me vrij, als u last heeft van die onbeteugelbare driften raad ik u aan eens in mijn plaats een paar dagen te peddelen.

Is de lust dan nog niet weg, dan kan ik u nog mam warm aanbevelen.

 

Van koken kent ze niks! Dat is  deze reis gebleken. Maar zoals het in het grote boek van de huishoudkunde staat : zij die in de keuken niks presteren, ontaarden in bed gewoonlijk in een Bengaalse tijger.

Verder Goof : blijf kamfer in de koffie  doen !  

 

Een naar ons vermoeden weinig bevredigend antwoord, maar toch

 

 

Hoogachtend,

 

 

Hugo

 

 

 

Het was vandaag een harde rit, maar een rit op rozen.

Om tien uur vertrokken we uit de jachthaven van Luik, voeren over een rustige Maas en waren om elf uur aan de stuw van Lixhe.

Hier werden we opgewacht door Tjeu en Lut met weer lekkere Maaseiker knapkoek .

Aan de barrage moest de boot uit het water en samen met het materiaal een paar honderd meter omgedragen worden.

 

Een beetje verder stonden opnieuw gasten, de Vespaclub uit Maaseik met opnieuw knapkoek en dikke kussen van de Vespienne.

We hebben nu zoveel knapkoek dat mam zegt dat we nu eten genoeg hebben tot Rotterdam.

“Als hij te hard wordt moet ge maar soppen in de Maas !”

 

Vanaf Maastricht werd het bekend roeiterrein. Hier hadden we al geoefend.

Schoonbroer Wim maakte ondertussen een halsbrekende reportage.

Aan de stuw van Borgharen, waar opnieuw moest gekluund worden, stond alweer de Vespaclub op ons te wachten samen met Jaak, Simonne, Kasje en Liliane. Van alles lekkers gedronken.

 

In Neerharen moesten we remmen gelijk  gekken om champagne te drinken met abrikozenvlaai. Merci Henriette en Pierrot.

Dan de Sjeiven Dörpel met vriendin.

De euforie werd te groot en dan loopt het gewoonlijk mis.

 

Onder de brug van Boorsem, verboden terrein voor roeiers,  moesten we over een stenen dam , ik schoof  uit en plonsde in het water. Een brug te veel.

 

Eindelijk Maasmechelen. Hier genieten we van de gastvrijheid van Uitvaartcentrum Leenders. Lekker eten en een zacht bed in gezelschap van meerdere leden van Lionsclub Maasland.

Toen ineens de kapitein uit een totaal andere richting van het uitvaartcentrum kwam aanzetten zei hij fier: “ ik slaap in een echte zeemanssloep!”

 

Dames en heren, ik laat hem maar in de waan en ik hoop dat hij heerlijk slaapt in die  buitenmaatse doodskist.

Ik ben dan van zijn gesnurk af.

 

Morgen hopen wij tussen 14 en 16 uur in Maaseik aan te komen.

Stadsgenoten, wij komen eraan!  

Dag 16 Muziek aan boord, de duivel en zijn gevolg, de vierde haringbijter en tweemaal is scheepsrecht.

Afgelegd traject : Flémalle – Visé : 28 km. Reistotaal: 498 km.

Weersomstandigheden : “geen” weer.

Vaarkwaliteit : het ging nogal, meerdere grote vrachtboten.

 

Toen we opstonden regende het, en daar moesten we het de rest van de dag zowat mee doen.

Van de vorige avond kunnen we alleen maar zeggen dat mijnheer Jupiler volgens de wetten van de theoretische fysica een groot zwart gat had achtergelaten.

 

Oh ja, dat er ons een toffe gast van de jachtclub naar het dorp had gereden om iets te gaan eten. Hij beheerste de kunst om gedurende die twee  kilometer zijn stuur niet aan te raken en zat permanent met zijn hoofd naar mij gekeerd op de achterbank .

En voor de rest zoals ik al gezegd heb : een groot zwart gat.

 

Dus regen vandaag, van de allerdruilerigste tot moessongehalte. Alles nat moeten inpakken, gelukkig konden we onder de zonneluifel van de club droog ontbijten. Om tien uur zaten we op, onder en in het water, uitgewuifd door een paar leden van de jachtclub die er weer een dolle dag van gingen maken.

 

De omgeving waar wij doorheen voeren, tezamen met het slechte weer werkte niet erg inspirerend.

We zaten in de grauwe voorstedelijke industrieën van Luik met onder andere de hel van Cockerill-Sambre, zwarte rookwolken uitbrakend. Bovendien moesten we aan de sluis van Yvoz-Ramet ook nog een uur wachten wat  niet bevorderlijk was voor de sfeer bij de kapitein en zijn maatje  die  liever tropische cocktails hadden dan  regenwater.

 

Toen we in Luik aankwamen wisten we niet meer of de Maas de onder- of bovenkant was. Zondvloed !

In plaats van naar het vrolijke café chantant “Les Olivettes “ te gaan bleven we onder de Pont des Arches wachten tot het ergste voorbij was. Aan de overkant op het Batte stonden de marktkramers onophoudelijk hun waren aan te prijzen.

Wij neurieden maar wat voor ons uit.

 

U heeft zich waarschijnlijk al afgevraagd naar wat soort muziek wij luisteren op ons schip.

Ik heb namelijk  niemand minder aan boord dan de voorzitter van de muziekclub “Sjruur live” uit Maaseik :  de heer Willy Borkelmans. Toen hij aan boord ging had hij een Ipod bij van de laatste generatie met ongeveer zo’n tachtigduizend liedjes op.

 

Helaas, dames en heren, is zo’n ding niet erg bestand tegen gebruik onder water, wat Wiel tot zijn grote verwondering moest vaststellen na ons kapseizen. Toen hij een paar dagen later dit technologisch wonder in een stopcontact op de camping van Inor stak, zat  het dorp plots zonder stroom en wou Wiel ineens vroeg gaan slapen.

Als hij er hard op blaast kan het nog gebruikt worden als waterorgeltje.

 

Voor de rest zingen wij ongeveer zo’n vijftig keer per dag de twee eerste regeltjes van “Fietsen op de heide”.

Dit is de eerste dag plotseling ontstaan en we zingen het tot we er ongeveer onnozel van worden.

Tot zover de muziekafdeling.

 

Toen de regen een beetje begon te minderen, werd alles een stuk beter, want daar was ineens de duivel en zijn gevolg.

Jef Devil(le) en de twee haringbijters: Rudi Put en Erik Slegers.

Toen we elkaar begroetten reed juist een bus door een grote plas en stonden we terug onder water.

 

Omdat het niet de ideale plaats was voor een feestje, zouden zij een rustiger plekje zoeken achter de sluis van Monsin, onze laatste sluis op Belgisch grondgebied.

Toen ik aan de sluiswachter ging vragen om versast te worden, begreep hij blijkbaar onze bedoelingen niet, en vroeg hij naar onze boordpapieren, het soort schip  en het materiaal dat wij vervoerden.

 

Ik wat kriegelig geworden van het slechte weer, zei dat de enige papieren die wij aan boord hadden een rol toiletpapier was, en dat wij in een uitgeholde boomstam zeven ton zilverpapier uit de Congo vervoerden.

Blijkbaar was dat voldoende en we werden zonder problemen versast.

 

Een paar kilometer verder, vlak voor Visé, stonden onze vrienden ons terug op te wachten.

Aan een spiksplinternieuwe aanlegkade, geen halfuur oud, van opnieuw een jachtclub, die van Luik.

Puik werk van Jef, onze duivel-doet-al en zijn gevolg.

Dat op datzelfde moment een agent van de heer Jupiler een aantal levensmiddelen aan het lossen was bij het clubhuis, schrijven wij toe aan een toevallige samenloop van omstandigheden.

 

En het klaarde op ! Blijkbaar heeft Cel, de vierde haringbijter, die hierboven de zaak wat in het oog houdt, de sluizen dichtgedraaid. Merci Cel !

 

Boven op de kade hadden de mannen een heuse receptie in elkaar gebokst met een hapje en een drankje dat gedeeltelijk ook uit water bestond. Plus nog een hoop ander lekkers. We werden weer goed verzorgd.

 

Bovendien hadden ze ervoor gezorgd dat wij hier konden blijven slapen. Onze tweede jachtclub in twee dagen. Tweemaal is scheepsrecht!

Er werd verbroederd met enkele leden van de club (Palm) namelijk de heren Robert Loyens, Henri Tollet en Jesus da Silva.

Wiel en ik slapen allebei in een aparte doucheruimte/kleedkamer en zonder al te veel  technisch problemen kunnen we zeker zijn van een droge nacht.

 

Omdat de Grieken ook grote reders zijn, denk maar aan Onassis, gingen wij ‘s avonds eten bij een griek in Herstal en was mijn vrouw Marianne ook van de partij. Het was gezellig, heel gezellig !

Dag 15 Een luchtaanval, een kwisje, zware jongens op bezoek en waarom men nooit kwaad mag zijn op snelle skiboten.

Afgelegd traject : Sclayn – Flémalle : 38 km. Reistotaal: 470 km. 

Weersomstandigheden : alweer mooi weer.

Vaarkwaliteit : veel pleziervaart met hinderlijke golven, weinig vrachtvervoer, toch goed gepeddeld.

 

Reizen wordt pas echt de moeite waard als het er niet langer om gaat je bestemming te bereiken en het een manier van leven wordt.

Paul Theroux

 

Weer wakker geworden in een bed en geslapen gelijk een boomstronk. Dit blijft niet duren.

Ons zolderappartement in de boenwas gezet, het koper gepoetst en lekker ontbeten.

Ik probeer telkens met een zekere vorm van lichaamstaal Wiel te overhalen niet zo veel te eten, maar dan zegt hij gewoon :”Huug hebt gij iets aan uw ogen? “

 

Onze boot stond in de tuin van onze chambre d’hôte en tezamen met de charmante (hoe dikwijls heb ik dit woord al niet gebruikt tijdens onze reis, maar het is altijd waar) eigenaars werd hij over het tuinmuurtje getild.

We maakten een halfdroge start (één natte voet) en er werd weer gewuifd en gefotografeerd.

 

We wilden vandaag graag ergens  in de voorsteden van Luik aankomen, dus niet getreuzeld.

Nauwelijks vertrokken of er was al een incident. Een “plop” op mijn hoed en een vuile veeg op mijn T-shirt.

Een luchtaanval? Ik keek naar boven maar er was niets meer te zien.

Of was het “iets” van Frank Dewinne die misschien niet zo tevreden was met wat wij gisteren over hem schreven ?

We weten het niet, dames en heren. We gissen maar, doch eigenlijk weten we niets.

U denkt dat wij dit allemaal verzinnen maar tijdens onze voordracht breng ik het ongewassen T-shirt gewoon mee !  

 

In de sluis van Andenne lagen we met een prachtig jacht (zie verder in ons kwisje).

Het roeien ging goed totdat wij in Hoei aankwamen en tussen twee hoge stenen kades moesten peddelen. De vele plezierjachten maakten vervelende  golven die telkens terugbotsten tegen de hoge muren. De golven konden niet uitsterven tegen een zachte helling en het was alsof wij midden in Hoei op zee zaten.

Voor de foto van de citadel van Hoei kijkt u maar naar die van Namen. Komt niet aan op een steen meer of minder.

 

La moumoute à madame. Terwijl ik ’s avonds in de cafetaria van de jachtclub dit verslag maak komt de verantwoordelijke, een beetje zat, mij vragen om deze typisch Waalse uitdrukking ook te noteren.

Om de gastvrijheid van de man niet te beschamen doe ik het dus maar. “La moumoute à  madame”??

We gissen wel doch weten niet ! Tot zover deze kleine onderbreking.

 

Om uw aandacht voor onze website niet te laten verslappen willen we nu een kwisje houden.

U antwoordt met” waar” of “niet waar”.

 

Vraag 1-  Op de “Wilde Maas” deed Hugo zijn”kleine behoefte” tijdens het roeien in het hoosblik ?

Vraag 2-  Wiel is tijdens de opnames van TV-Limburg met zijn patatten in het water gevallen?

Vraag 3-  In de sluis van Andenne lag deze morgen een prachtig jacht met boven op het dek een perfect geslaagde operatie van Jef Hoeyberghs ?

 

Degene die de drie antwoorden fout heeft maakt aanspraak op een HoBo-T-shirt. Een proper of een gebruikt (Eddy Merckx heeft destijds ergere dingen weggegeven).

 

We passeerden de kerncentrale van Tihange (voor Wiel : zie Chooz) en aten een stukje vlak voor de sluis van Amay.

Aan de sluis moesten we even wachten. Plots zagen we twee motards die in onze richting kwamen. Op het eerste gezicht zware jongens !  Vrienden van Wiel dus. Mark Molenaers en Pierre Quartier,  niet alleen vrienden maar ook collega-Lions .

Tijdens een motorrit door de Condroz waren zij “toevallig˝ bij ons uitgekomen.

 

Dames en heren, ik vind het altijd ongelooflijk hoe onze Wiel zich in alle mogelijke omstandigheden telkens opnieuw kan aanpassen. Binnen de vijf minuten had hij uit zijn kleine rugzak een leren motorpak en een helm (een grote helm) getoverd en stond hij op de kade met de mannen te lullen over cilinderinhoud, slapen op de motor tijdens het rijden, over tatoeages en oorbellen.

Maar het was toch maar weer eens een gezellige afleiding voor ons !

 

In de grote sluis van Amay werden wij als enig bootje versast. De eenzaamheid van de langeafstandsroeiers.

Na de sluis naderden we de industriële zone rond Flémalle.De oevers zijn ingenomen door grote fabrieken en verder niets. We peddelden  goed door maar de omgeving had weinig te bieden. En van hotels of campings geen spoor.

 

Daarbij kwam ook nog dat tegen de avond de skiboten en jetski’s rond ons heen begonnen te racen en onhandelbare golven opwierpen. Moord en doodslag was niet veraf en we moesten ons inhouden om hen niet uit te schelden.

Toen we dit gedoe beu werden, besloten we maar aan een fabriek te gaan wildkamperen.

 

Totdat Wiel in de verte plotseling een lichtreclame van mijnheer Jupiler zag hangen. Onze zintuigen stonden opeens weer op scherp! Het bleek het Yachting Centre van Flémalle te zijn. Bedeesd gingen we vragen of we hier onze tenten mochten opslaan.

We werden compleet binnengesleept. Alle faciliteiten werden ons ter beschikking gesteld.

En er was feest vanavond. Wat was de reden van het feest vroegen we ? Dat wisten ze nog niet, maar dat wij hier waren aangekomen leek voor hen een perfecte reden.

 

Morgen verder, want de verantwoordelijke, nog iets zatter, komt mij weer een typisch Waalse uitdrukking in mijn oren fluisteren !

Dag 14. Ontbijt met een freule. Bezoekende koeriers. Vermageringskuur ? Onze tenten staan op zolder en de man achter de schermen.

Afgelegd traject : Profondeville – Sclayn : 26 km. Reistotaal : 432 km. 

Weersomstandigheden :  heel mooi weer.

Vaarkwaliteit : Grote sluizen, grote boten, grote golven, grote peddelaars.

 

Wakker worden in de prachtige Villa des Roses (hotel Gracia) is ook eens iets anders.

De geur van  frisse lakens, een bad met echt water (naderhand verstopt door het maasgrind dat van ons is afgespoeld) en op een normale manier kunnen opstaan zonder door uw tent te worden aangevallen. Heerlijk!

 

En natuurlijk een bij het huis passend uitgebreid ontbijt opgediend  in de veranda door een echte freule (jaargang 1712)

Mevrouw des huizes kwam hierbij een paar beschaafde foto’s van ons maken.

Meer moet dat niet zijn ! (opnieuw Jef Deville)

 

Om 9.30u maakten we weer een vliegende start vanaf het ponton aan de achterkant van hotel Gracia.

Ik wilde eerst nog onze tenten ergens achter de struiken gooien, maar de kapitein had het gezien en greep in.

Andenne was het doel van vandaag met onze eerste echte grote sluis (200 meter) in Jambes.

 

Vlak voor Namen zagen we plots iemand langs de Maas hollen en op ons roepen. Wij stoppen door bijna tegen een steiger te botsen, en daar staat de heer schepen uit Pouilly-en-Bassigny. De man was ocharm zo buiten adem dat wij overwogen hem een dosis whisky intraveneus toe te dienen (de zeemansmedicijn bij uitstek en wij hadden hem die ook zien drinken op de receptie in Pouilly). Puur toevallig was de man,  terugkerend van zijn vakantie uit Nederland, langs de Maas gaan rijden en had ons zien roeien. Prettig weerzien.

 

Sedert Dinant varen wij bijna permanent door de beschaving waarbij kastelen zich afwisselen met oude statige herenhuizen.

En natuurlijk op de achtergrond steeds aanwezig, het rotsachtige massief van de Ardennen.

 

Rond de middag peddelden we het panorama van Namen binnen met hoog op de rotsen de majestueuze citadel.

In het haventje legden we even aan in de “capitainerie” om te informeren naar een vaarkaart vanaf Namen tot Maastricht.

Bestond niet, blijkbaar is er nog “aqua incognita” op de Maas.

We behelpen ons nu met een foto van Frank Dewinne vanuit zijn ruimtestation.(Zo ziet het kaartje dat we gekocht hebben er tenminste uit.)

 

In Jambes moesten we door de grootste sluis die we tot nu toe waren tegengekomen. Op de oever vlak, voor de sluis, zag Wiel een man een foto van ons maken. Ik zag niets; als ik mijn zonnebril draag heb ik bijna een blindengeleidehond nodig en denk ik permanent dat het gaat onweren.

Een beetje verder fietste een vrouw die “sterk es eik, is Mezeik” floot. Nog steeds hadden we niets door. Blijkbaar brengen veertien dagen op het water een zekere vorm van hersenverweking met zich mee.

 

“Dat zijn Né en Miet” riep Wiel. “Waar zijn Né  en Miet “? vroeg ik.”Voor u in het water, idioot” brulde onze gezagvoerder.

Miet en Né, mijn schoonbroer en schoonzus op bezoek uit Maaseik. Een aangename afwisseling na veertien dagen kapitein Duizendvloot.

Né maakte een paar foto’s toen wij in de reusachtige sluis versast werden.

 

Uit bezorgdheid dat wij scheurbuik hadden opgelopen, hadden zij van alles lekkers bij en hebben ze ons een paar kilometer verder, waar wij konden aanleggen, eens lekker verwend. Vers fruit en lekkere koeken van bij bakker Vanwijck uit Maaseik.

 

Toen Miet vroeg of wij ook wat waren afgevallen zei ik onmiddellijk ja, terwijl Wiel niet wist waar hij moest kijken.

Ik denk dames en heren, maar ben niet zeker omdat ik van voor in de boot zit en het niet kan zien, dat onze kapitein ’s middags aan dek een viergangenmenu opgediend krijgt, terwijl ik verder aan het peddelen ben.

Ik vermoed dit maar dames en heren en bedoel hier niets verkeerds mee. Vermageringskuur ?

 

Wij waren ook maar wat blij dat Né en Miet koerier op het land speelden en met hun fiets vooruitreden om te kijken of er in Andenne een camping of een hotel was. Ondertussen werden wij gepasseerd door een paar grote vrachtschepen.

Helaas was er in Andenne niets van de beide, maar hadden zij gelukkig een chambre d’hôte kunnen vinden een paar kilometer  verder te Sclayn. En langs de Maas.

 

Wij lieten Né en Miet nog zien hoe wij aan het verblijf aanmeerden en gaven een demonstratie met ons karretje.

Daarna bedankten wij hen voor hun goede zorgen en wuifden hen vaarwel.

 

In de Chambre d’hôtes ” l’Ecluse”  kregen wij een volledig ingerichte  zolderverdieping toegewezen en moesten onze tenten weer werkeloos toezien. Perfecte accommodatie in wat vroeger een kruidenierszaak annex boekenwinkel was geweest.

Er stonden in de gang en op ons verblijf nog honderden boeken. Maagdelijk en ongelezen!

 

We hebben samen met de eigenaars lekker gegeten, fijn gepraat, en de problemen van de hele wereld opgelost zodat er vanaf morgen geen standenverschil meer zal zijn tussen kapitein en lichtmatroos.

 

En tot slot nog even mijn broer Frank (Frens) bedanken voor zijn belangeloze inzet om onze website vakkundig  te onderhouden.

Puik werk van onze man achter de schermen!

Wij gaan nu onder de pannen liggen. Goede nacht.

Dag 13. Jongens en wetenschap. Onze sterreporter ter plaatse. Liederlijk gedrag ? Met dank aan generaal Gracia.

Afgelegd traject : Hastières – Profondeville : 35 km. Reistotaal : 406 km. 

Weersomstandigheden :  Mooi, veel zon met af en toe wat wolken.

Vaarkwaliteit : Veel waterturbulentie o.a. hoge golven, zes  grote sluizen, storende wind die ons meermaals uit het water wilde duwen.

 

Vandaag zouden we onze sterreporter van TV-Limburg  ontmoeten in Anseremme. We moesten er dus op zijn paasbest uitzien. En dankzij de gastvrije sluismeester mochten we ook deze morgen nog eens zijn badkamer gebruiken.

Omdat ik vond dat het water na vijf minuten nog te koud was, draaide ik ergens aan een knop waarvan ik dacht dat die diende om de watertemperatuur te regelen. Even later kwam de sluiswachter, met de stoom uit zijn oren, vragen wie de verwarming op 35 graden had gezet. En toch had ik ook warm water! Jongens en wetenschap.

 

Na enkele boodschappen in het dorp konden we om 9.30 u vertrekken.

De sluiswachter zou de volgende sluizen verwittigen dat wij eraan kwamen. Zo rond halfelf bereikten we het kasteel van Freyr met zijn prachtige tuin en oranjerie, waarin citrusbomen van meer dan driehonderd jaar oud.

 

Aan de overkant lag het indrukwekkende rotsmassief en klimparadijs voor alpinisten. Met onder andere de Mérinos  de Savenet en de Tête du Lion. Rotsen die wij in een vorig leven met de scouts van Maaseik hadden beklommen (Was er niet ooit een alpinistenclubje in Maaseik ??)

 

Om halfeen waren we in Anseremme waar  TV-Limburg haar studio’s had klaargezet. In de nabijheid van de sluis was onze sterreporter, de heer Kuifje, al ijverig aan het filmen. Over het hele gebeuren iets vertellen doe ik niet. U heeft het waarschijnlijk allemaal kunnen zien op tv. At ik beleefd? Zat Wiel zijn haar goed ? Lag het Comedy Capersgehalte binnen de geldende fatsoensnormen ?  We horen het wel . Toen we de sluis uitvoeren werd er nog eenmaal op ons ingezoomd en was ik blij dat ik daarna terug in mijn neus kon zitten.

 

Dan Dinant. Ik had gezworen toen ik hier vijf jaar geleden met de fiets was geweest en langs de Maas op een terras iets had gedronken, dat ik hier zou terugkomen wanneer we met de kano langskwamen.

Maar er was in Dinant te veel verkeer op het water en we besloten gewoon verder te peddelen.

 

A propos, in uw reactie op onze weblog vraagt u waarom wij niets vertellen over ons eventueel liederlijk gedrag in de nachtelijke uren. We willen hier zeer streng op antwoorden. Liederlijk gedrag is er niet!

Wanneer mam en ik ’s avonds gaan eten kiezen wij een uitgelezen maaltijd met het perfecte evenwicht tussen koolhydraten, vetten en eiwitten. Wij drinken hierbij enkele isotone drankjes van het merk O waarvan Né van de Sjruur waarschijnlijk nog enkele bakken in de kelder heeft staan.

 

Na deze sobere maaltijd haasten wij ons terug naar ons kampement waar wij, voordat wij gaan slapen nog honderd keer pompen, vijftig sit-ups doen en nog een halfuurtje waterballet. Bij het waterballet kan ik al heel goed ”pointen” maar moet hiervoor wel nog altijd op het hoofd van Wiel gaan staan.

 

Al bij al werd het snel avond maar met de gedachte van in Profondeville ook een camping langs de Maas te vinden hadden wij helaas misgegokt. Ze lag boven op een berg. Zo laat op de dag nog een moeilijke taak voor onze kano.

Gelukkig bood generaal Gracia de oplossing. Een hotel te zijner nagedachtenis lag langs de Maas.

 

Wie hij is geweest weten wij niet, maar het gebouw mag er zijn. Zoiets als de villa van Marx (nu Pascaud) langs de Maastrichtersteenweg in Maaseik, maar groter en met veel houtwerk.

 

We zijn nu fris en ruiken niet meer’ naar hond die is gaan zwemmen’.

Seffens lekker Italiaans. Een beetje verder ligt een restaurant. Mam spreekt goed Italiaans. Ik een paar woorden : Eros Ramazotti.

Buona notte !

Dag 12. Internationaal conflict bijgelegd. Wachten op Jojo. Onze persoonlijke flora en fauna, Toos en Jan uit Roggel in onze residentie: de sluis van Hastière.

Afgelegd traject : Haybes – Hastières : 28 km. Reistotaal: 371 km.

Weersomstandigheden :  gedurende de dag zeer mooi weer,’s nachts veel regen.

Vaarkwaliteit : goed, de boten worden groter, de sluizen dus ook.

 

Toen we deze morgen aan het opruimen waren, kwam de wielertoerist die ons gisteren niet naast zich duldde, zich verontschuldigen. In eerste instantie had hij gedacht dat wij een rondreizend  pretpark waren, maar hij vond nu wat we deden toch heel “ernstig.” Internationaal conflict gesloten! Het enige dat Wiel nog over de man kwijt wou was over zijn ongewoon lange borstelige wenkbrauwen: “als hij die naar achteren kamt, heeft hij nog meer haar dan ik.”

 

Inpakken en wegwezen en om 9.30 u zaten we terug op de Maas.

De bedoeling was om vandaag de Belgische grens over te steken en tot Waulsort te geraken.

Maar helaas, de eerste sluis lag in panne, en was het wachten op Jojo, de sluistechnicus, die na een uurtje de sluis kwam herstellen.

 

Toen we de koeltorens van de kerncentrale van Chooz zagen liggen begon Wiel zijn hoofd lichtjes paars te stralen.

“Heb ik al sedert Tsjernobyl” zei hij “ niks ergs.”

 

We moesten ook weer eens maar nu door de zeshonderd meter lange tunnel van Ham, en toen we er doorvoeren begonnen we spontaan “hey ho, hey ho” uit de film Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen te zingen.

 

Wij hebben al een tijdje niets meer over de plaatselijke flora en fauna gezegd. Sinds we de “Wilde Maas” verlaten hebben blijft  de natuur nog altijd prachtig maar ge merkt  stilaan dat de wildernis plaats maakt voor de” hand van den mens” met zijn cultuurlandschappen. Toch zijn we heel blij u te kunnen melden dat zich in onze waterdichte Ortliebzakken  een eigen flora en fauna aan het ontwikkelen is. Zoals de streptococcus borkelmansius, en de hugosaurus kanoraptor.

Het fijne eraan is dat ze ’s nachts ook nog een gezellige warmte uitstralen. Gaan wij nu ook nog het energieprobleem van de wereld oplossen ?

 

In Givet, de laatste stad voor de Belgische grens, sloegen we nog wat voorraden in en gingen naar de apotheek om iets te halen voor Wiel zijn prutoog oftewel wegenschijt.

 

Om 17 uur werd  bij het overschrijden van de Belgische grens de scheepsklok geluid.

Toen we in Hastière aankwamen was het verhaal afgelopen voor vandaag, omdat de sluiswachter zei dat de camping van Waulsort te ver van het water lag.

 

Met goedvinden van de sluiswachter werd de sluis zonder slag of stoot ingenomen en mochten we onze tenten opslaan op het gazon naast het sluishuis. Ook mochten we gebruik maken van het sanitair. Erg sympathiek!

 

We waren maar net bezig onze tenten op te slaan, toen Toos en Jan uit Roggel de sluis binnenvoeren.

Zij waren pas deze namiddag  uit de geblokkeerde sluis van Monthermé kunnen wegvaren, en wij hadden hen dus met scheeplengtes geklopt !

Sportieve verliezers zoals zij waren en ook nog toffe mensen boden ze ons een frisdrank aan van het merk Schultenbrau

Prosit!

 

Morgen komt TV-Limburg op bezoek. Moeten we ons verdorie ook nog gaan wassen !

In Hastière zijn een paar leuke restaurants zegt mam. Onze keuken blijft gesloten.

Tot morgen.

Dag 11. Tuur Rambo, klunen, het gevecht met een driesecondetent. Kakelende kaketoe (slot).

Afgelegd traject : Monthermé – Haybes: 35 km. Reistotaal: 343 km.

Weersomstandigheden :  zonnige dag.

Vaarkwaliteit : zes sluizen, waarvan één moest gekluund. Het water roeide goed vandaag.

 

Ik kon natuurlijk de streek van dichter Arthur Rimbaud niet verlaten zonder mij ook eens poëtisch te ontboezemen. Vandaar dit passende gedicht.

Ochtend aan de Maas

Ik word gewekt door het sympathiek geklater,
van het water van de Maas.
Helaas, zo blijkt even later,
Was het maar Wiel  zijn volle blaas.

 Tuur Rambo (pseudoniem)

 

Vandaag willen we Haybes halen, een toffe afstand (35km) en een camping langs de Maas.

Eerst nog wat inkopen doen in het warenhuis dat vlakbij de camping ligt, het VNF gebeld dat ze hun sluiswachters paraat hielden,en iets later dan gewoonlijk (10 uur) lieten we onder de helpende blikken van een aantal campingbewoners onze boot te water. Het was weer een vliegende start, met de geladen boot vanaf de hellende oever het water in.

 

Maar aan de eerste sluis, die van Monthermé, hadden we al pech. Een vrachtschip zat in de sluis geklemd omdat er te weinig water in de Maas stond (?)

Er lag een rij wachtende jachten, en de mannen van het VNF zeiden dat het wel even kon duren, zelfs wel een dag.

 

Het werd dus voor de eerste keer klunen. Boot uitladen, alles op ons karretje plaatsen, en tweehonderd meter verder terug het water in.  Voor de werkloze jachtbewoners was dit een aangename afleiding, en ook zij hielpen uitgebreid kijken.

Toch was het ook een gezellig halfuurtje praten. (Ik moet uitkijken wat ik over die mensen schrijf, want er zijn van die mastodonten bij die zeker  internet aan boord hebben, en ons morgen weer voorbij komen vlammen).

Op een halfuurtje was de klus geklaard en konden we verder.

 

De Ardennen komen nu tot volle glorie, beboste heuvels, pittoreske dorpjes, en sinds gisteren worden wij door fietsers vergezeld die het beroemde fietspad langs de Maas nemen dat achter Charleville begint.

Als wij een fietser inhalen en voorbijsteken wenken wij vriendelijk.

 

We  passeerden Fumay en Revin. In Revin moesten wij door een smalle, donkere tunnel van 250 meter.

Het zijn de snelste 250 meter uit mijn roeicarrière geweest.”Schijtlaars” bromde de kapitein.

Vanaf Revin kregen wij zelf opnieuw een afstandsbediening en was het gedoe met de ambtelijke traagheid van het VNF eindelijk voorbij. (In dit departement is de service van het VNF “affreux.˝)

 

Om 19 uur waren we op onze bestemming in Haybes en was de klus geklaard. Weer een rustige camping langs de Maas.

Op de camping was er een kamperende wielertoerist die wenste dat wij niet naast hem gingen staan (ruiken wij, zien wij er gevaarlijk uit?) Wij hebben toen ons kampement een twintigtal meter verder opgeslagen. Als wij morgenvroeg twee mooie schepraderen aan onze boot ( the Mosasippi Flower)  hebben gemonteerd, kan het zijn dat ze verdacht veel lijken op de wielen van zijn fiets.

 

Ik wil het nu even hebben over het opzetten en afbreken van een driesecondetent. Ik heb het gevecht verloren ! Mijn tent is ongeveer om zeep!

De reclame over dat leuke gezinnetje dat in een wip een hele wei vol driesecondetenten zet is niet aan mij besteed.

Opzetten tot daar toe. Maar afbreken, dames en heren !

Als ik mijn tent wil opplooien, zit ik er binnen de drie seconden (daarom heten ze zo) terug in.

En in de handleiding staat niet hoe ik er dan terug uitgeraak.

Na onze reis wil ik een serieus gesprek hebben met mijnheer Decathlon.

 

Seffens gaan we eten in restaurant Saint-Hubert.Klinkt veelbelovend.

 

Kakelende Kaketoe (slot)

Beste Jos,om nog eens terug te komen op uw falend langetermijngeheugen, lees de reactie op onze weblog waaruit blijkt dat Kakelende Kaketoe tot nader order nog steeds in Noorwegen woont. Namelijk mijn broer Guy, maar gij zult wel Michel zeggen !

 

Aan iedereen nog een toffe avond.

Dag 10. De auto van kapitein Zeppos. Een vreemde eend in de bijt. Een camping die er niet was en een nieuw record.

Afgelegd traject : Sedan – Monthermé : 48 km. Reistotaal: 308 km.

Weersomstandigheden :  ’s morgens zon, ’s middags regen, tegen de avond terug droog.

Vaarkwaliteit : Volgens een Nederlandse schipper zat er een klein beetje stroming op het water, maar volgens ons was dat alleen maar als hij de chasse trok. Negen sluizen gepasseerd.

 

Omdat we gisterenavond niet veel zin hadden om ver Sedan in te gaan,  zijn we de eerste de beste frituur binnengelopen, weliswaar een veredelde versie. Het was er een met tropisch interieur: de muren waren beschilderd met zuiderse taferelen, zoals zandstranden,bananenplanten,negerhutjes en een palmboom met daarin, u raadt het nooit Jos, een echte krijsende havik. Spijtig genoeg waren er geen eucalyptusbomen, anders hadden we misschien nog een slaperige koala gezien.

In dit decor een steak eten zorgde voor een kannibalistisch accent.

 

Het was een rustige camping, dus weer eens goed geslapen.

Om 8.30 u vertrokken we met de boot op zijn karretje, en zijn rechtstreeks op de wielen  via de boothelling het water ingereden.

Kapitein Zeppos zou fier op ons zijn geweest.

 

De Ardennen beginnen stevige vormen te krijgen met mooie rotspartijen. Ook veel oude prachtige vervallen fabrieksgebouwen: industriële archeologie. De streek kende hier in de jaren zeventig een zware economische terugval.

 

Om 15.30 u kwamen we aan in Charleville- Mézières, de geboortestad van “le poète maudit” en bohemer Arthur Rimbaud.

We hadden al 28 km afgelegd en besloten er nog 12 bij te doen tot de volgende camping in Joigny- sur -Meuse.

Toen we de sluis van Charleville binnenvoeren werden we gevolgd door een groep van tien roeiboten met stuurman.

We varen een vreemde eend in de bijt. De groep maakte een tocht van Sedan naar Namen.

 

Na Charleville begon het te regenen dat het z….En omdat het klateren van water nu eenmaal op iemands blaas werkt, moesten wij ook een pisstop inlassen. We raken hierin zo bedreven dat we het binnenkort rechtstaand vanuit de boot kunnen.

Voorlopig ken ik alleen hieromtrent een kunstje, maar daarover later meer.

 

Tot onze grote consternatie was er in Joigny geen camping en moesten we nog 8 km verder naar Monthermé.

Het was tegen de tijd roeien omdat we nog door een der sluizen moesten die hier om 19 uur dichtgaan.

We hebben zo hard geroeid dat we regelmatig een emmer water in de kano moesten kieperen om hem af te koelen.

 

Maar het lukte en om 19 uur waren we op de camping van Monthermé die  iets verder achter de sluis lag.

Een nieuw record vandaag : 48 km

 

Omdat het veel te laat was, had mam weer geen goesting om te koken. “We gaan hier een beetje verder, daar staat een frituurbarak”zei ze, terwijl ze haar haren deed. Het was niet Frans culinair maar wel heel lekker.

 

En om af te sluiten toch nog even dit van Arthur Rimbaud:

 

Want ik is een ander

Indien het koper als klaroen ontwaakt, kan het daar niets aan doen.

Zoveel lijkt me duidelijk: ik woon het ontluiken van mijn gedachten bij: ik kijk ernaar en ik luister: ik geef een tikje met de dirigeerstok: de symfonie roert zich in de diepte of springt ineens het  podium op.

 

Mooi! Had ik dit maar kunnen schrijven, dan  was ik nu geen galeislaaf geweest op een schip waar de kapitein de zweep hanteert.

Wiel…………………….en Hugo (men moet afstand kunnen houden)

Dag 9. Een discoavond voor twee mannen met een paardenkop. Hoe een kleine kano in een sluis levensgevaarlijk kan zijn voor een groot jacht tot een gastvrije ontvangst door onze zuiderburen in het haventje van Sedan.

Afgelegd traject : Inor –  Sedan  34km. Reistotaal: 260 km.

Weersomstandigheden : bloedheet.

Vaarkwaliteit : goed, regelmatig stevige golven van langskomend verkeer.

 

Het enige nadeel van onze camping  was dat er gisterenavond een discoavond was. Voor twee mannen met een paardenkop!

Het is te zeggen : de dj zelf, lazarus, en een oude vent, ook lazarus die door de zaal laveerde zodat het net leek of er toch meer volk aanwezig was.

Maar goed, we hebben lekker gegeten en het lawaai (tot 1 uur) er maar bijgenomen .

 

Vandaag, zondag, eerst brood gekocht bij de rijdende campingbakker, en om 8.45u deed onze admiraal de sluis open van Inor en voeren we weg.

 

In Pouilly- sur- Meuse moesten we de volgende sluis openen en werden gevolgd door een jacht. Dat er ook nog een tweede jacht wilde binnenglippen hadden we niet opgemerkt. Ondertussen had ik al aan de baar getrokken om de sluis te sluiten.

Gelukkig raakte de boot net op tijd binnen, anders waren we nu nationaal nieuws geweest.

We leren iedere dag bij!

 

Vanaf Mouzon beginnen de Ardennen en begint het landschap borstjes te krijgen. Mooie vergezichten met dorpjes tegen de heuvels geplakt.

 

In Alna werd ons weer een sluisbegeleider toegewezen. Beter zo, denkt u niet?

Net achter Mouzon werd ’s middags op de oever de tafel gedekt, vlak naast een zwaar gehavende bunker.

De streek heeft hier ook erg geleden onder WO II.

 

Nog een laatste efforke, en om 17.30 u gleden we het jachthaventje van Sedan binnen met vlakbij een camping.

We werden verwelkomd door twee  Nederlandse schippers en kregen het aperitief aangeboden.

Een van de twee was een schipper uit Wessem die have en goed verkocht had en nu met zijn omgebouwde douaneboot het land afvoer.

 

Vanavond eten we iets in Sedan en kijkt Hugo of hij nog iets kan vinden van de hugenoten die hier hun toevluchtsoord hadden.

 

Dames en heren, de volgende alinea’s mogen alleen door Jos Goyens gelezen worden, en wij hopen dat u ons verzoek respecteert!

 

Geachte Jos, vriend en oud-scout,

 

In uw reactie op onze weblog, verklaart u dat Wiel zijn totem van de scouts “Kakelende Kaketoe” is

U moet nu weten dat Wiel hier ontzettend kwaad over is omdat zijn totem eigenlijk  “Krijsende Havik” moet zijn!

Jos, zoals u weet is “Kakelende Kaketoe” een boekske van Suske en Wiske, en waarschijnlijk de literatuur die gelezen wordt in het docentenlokaal van de hogeschool.

 

Wiel is zo verbolgen hierover, en u weet dat wanneer mam kwaad is, ik het weer moet uitvreten.

Ik bedoel, mam kookt niet.

Beste Jos, kan dit misschien even rechtgezet worden ?

Natuurlijk blijven wij altijd nog goede vrienden. Eenmaal scout, altijd scout.

Vanwege “Krijsende Havik” en “Rijzige Steppewolf”

 

NB. Was uw totem niet “Slaperige Koala” ? Of mogen wij ons ook eens vergissen?

 

Op naar Sedan ! Tot morgen!