Van zoet naar zout. Een veilige haven. Opdracht volbracht .

Dag 27. Vlaardingen – Hoek van Holland : 20 km. Reistotaal: 831 km.
 
Weersomstandigheden: eerst wat bewolking, en dan een heldere lucht zoals er alleen een boven de zee kan hangen.
 
Vaarkwaliteit : Varen op de golven van de Maas, die dan overgaan tot baren. Grote zeeschepen.
 
Wakker worden in het Deltahotel van Vlaardingen is eigenlijk wakker worden op een grote pakketboot.
Alles is hier in het teken van de scheepsvaart, het decor, de aankleding, de attributen tot en met de namen van de kamers en vergaderzalen. In zaal Nautilus stond Hobo,  onze reddingssloep.
 
We ontbeten in het restaurant, waar we met uitzicht op de Nieuwe Waterweg huizenhoge oceaanstomers en enorme containerschepen zagen langsvaren. Dit werden vandaag onze gezellen naar zee !
 
Na een uitgebreid ontbijt met spek en eieren voelden we er ons klaar voor. Hobo werd uit de chique vergaderzaal gehaald, waarschijnlijk de vreemdste plaats waar ooit een kano gestaan heeft, en om halftien waren we klaar voor onze koninginnenrit naar de Maasmond.
 
Het was niet de gemakkelijkste tewaterlating, gisteren was immers onze boot met een kraan gelicht, maar na zesentwintig dagen kunnen we met enige fierheid zeggen dat deze routine geëvolueerd is van komieke stunteligheid naar zeewaardige vaardigheid.
 
Er was afgesproken dat vanaf het moment van ons vertrek wij contact zouden opnemen met de havenautoriteit van Rotterdam, die ons op gezette tijden zou informeren over vaarkwaliteit, golfslag en windkracht. Naar het einde aan de Maasmond zou weer een begeleidingsschip naar ons toevaren en uiteindelijk evalueren waar we het best konden ontschepen. Optimale assistentie!
 
Vandaag hadden we geluk want het was afnemend tij en we konden goed snelheid maken. De ervaring om tussen die grote zeeschepen te peddelen was buiten categorie. We werden gepasseerd door grote pakketboten, ferry’s (Norfolk), en enorme containerschepen. En het was heerlijk peddelen.
 
In tegenstelling tot kleine boten zoals jachten en speedboten die hinderlijke korte golven produceren, maken grote schepen golven van hoge amplitude waarop ge als het ware kunt meesurfen.
 
Alleen aan de stormvloedkering waar de Nieuwe Waterweg versmalt en het water tussen ijzeren oeverbeschotten gaat,  werden we door drie passerende boten flink te grazen genomen. We werden heftig heen en weer geslingerd en konden met moeite de boot op koers houden. Maar ook deze ultieme test werd door Hobo goed doorstaan.
 
We naderden de zee, we zagen een windmolenpark, de duinen begonnen zich te vormen, en de hemel klaarde uit tot een lucht die alleen aan zee kan waargenomen worden. We staken onze vinger in het water en proefden. Zoet was zout geworden !
 
Achter de stormvloedkering werd voor de laatste keer contact genomen met Rotterdam en tien minuten later kwam de begeleidingsboot aangevaren.
 
Via een megafoon adviseerden zij om de Berghaven van Hoek van Holland binnen te varen.
Het ronden van de pier naar het strand dat iets verderop lag was veel te gevaarlijk wegens de hoge golven in combinatie met forse wind en sterke getijdenwerking. 
 
Tenzij we natuurlijk met een helikopter uit het water wilden gepikt worden. Dit tegen de zin van de kapitein die in geen enkele omstandigheid zijn schip verlaat en de matroos beval het scheepsorkest klaar te zetten.
 
Alleen mam zag het wel zitten om door zo’n stevig gebouwde redder omhooggetakeld te worden en was al tussen haar kleren naar iets zedigers aan het zoeken zodat niet heel Hoek van Holland tegen haar billen kon zitten kijken. 
 
Maar Hugo en Wiel hebben de wijze raad van deze doorgewinterde zeebonken opgevolgd en zijn samen met de begeleidingsboot de Berghaven van Hoek van Holland binnengevaren.
Opdracht volbracht !
 
We moesten wel nog even de familie en vrienden verwittigen die waren afgekomen en een beetje verder op het strand stonden. En toen was het tijd voor enige euforie. Champagne en twee dikke sigaren (sinds wanneer rook ik ?)
Bedankt mensen die van zover naar hiertoe zijn gekomen. Het getuigt van grote betrokkenheid en sympathie.
 
Nog een laatste glas, een laatste gesprek, het materiaal en de boot ingeladen en Hobomaasafvaart 2009 zat erop.
 
De kapitein, mam en de lichtmatroos hebben het schip verlaten, en Hugo en Wiel blijven wat verweesd achter. Het is misschien wat te vroeg om al een eindbeschouwing te maken maar één ding is zeker : de Maas heeft ons leven definitief in twee gesneden en misschien wel van ons andere mensen gemaakt.
 
Ze zeggen dat we door drie landen zijn gevaren maar voor ons was het één groot Maasland met allemaal mensen die ons fantastisch geholpen hebben en van niets een probleem maakten.
En natuurlijk met Maaseik als hoofdstad !
 
De ontvangst en de steun onderweg die we van de Maaseikenaren kregen maakte van Maaseik een grote stad en gaf ons de energie om de tocht tot een goed einde te brengen. We zijn ver geweest maar in Maaseik stond onze vuurtoren ! Nogmaals bedankt.
 
Ook de financiële steun die we voor ons sociale project ontvingen was enorm. We hebben niet voor niets gepeddeld !
 
Verder vrees ik dat ik opnieuw zal moeten leren autorijden, en dat wanneer ik straks aan het fietsen ben, ik regelmatig achterom zal kijken of Wiel niet achterop zit. 
 
Ik wil eindigen met een citaat uit het prachtige boek “Moeder Maas ” van Margriet van Stratum, dat een enorme hulp is geweest bij de voorbereiding van onze tocht.
 
Laag scheren meeuwen over de zee, ze buitelen door de lucht,stijgen op en dalen weer om uit te rusten op de golven.
De Maas heeft haar doel bereikt: uitstromen in de zee.
Daar zal het water verdampen en opstijgen in wolken.
De westenwind, die hier zo thuis is, voert de wolken naar het land.
Het gaat regenen, ook in Bassigny.
Het water voedt de bron; de kringloop is gesloten.
 
 
Hugo en Wiel 

Dag 26. Door regen en ontij. Afspraak met een escorte. Vipbehandeling voor onze boot.

Afgelegd traject : Barendrecht- Vlaardingen : 21 km. Reistotaal : 811 km.

Weersomstandigheden : hondenweer.

Vaarkwaliteit : worstelen en zwoegen. Hééél grote schepen.

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede

                 de maan

Onder de maan op de lange rivier

Schuift de kano naar zee

 

(Melopee, P.van Ostaijen)

 

Met een versterkt zelfvertrouwen verlieten we deze morgen de marinecamping van Barendrecht.

Kapitein Ron had immers de poort naar de zee voor ons geopend. Met een paar broodjes uit de kantine zouden we de rit wel kunnen uitzitten.

 

Ik had in ieder geval niet veel eetlust. Had ik weer beter niet gezegd, want de kapitein begon weer te orakelen over zijn onverwoestbaar lichaam, zeker na een gevecht met de bierkaai.

Gelijk een goede scheepsmotor kan ik mijn lever in vijf standen zetten, zei hij. Momenteel staat ze op stand vijf, zodat alles goed de spuigaten kan uitlopen.

 

Om tien uur waren we weg. Het zou met de vingers in de neus kunnen, had ons gisteren een oude man verzekerd, die op zijn oud jacht het koper aan het oppoetsen was. Het is dan aflopend getij zei hij. Jullie zitten in de zetel en hoeven niet te peddelen.  

Met alle respect maar ik denk dat de man in een levensfase zit waar hij zijn verstand aan het overleven is.

Want het was vanaf het eerste moment zweten  en zwoegen, niks afnemend getij.

Ik had het kunnen weten, want de arme man had op zijn gezicht meer koperblink dan op zijn scheepsklok.

 

Niet alleen zweten en zwoegen, tot overmaat van ramp begon het na een halfuurtje te regenen en ging het van kwaad naar erger. Ik met mijn flapperende blauwe poncho en Wiel met zijn rode, waren net een slapstickversie van Batman en Robin, die hun boot maar niet in de lucht kregen.

 

En het werd hondenweer. En wij dachten in Luik het ergste gehad te hebben, maar dit was maal vijf.

Door het watergordijn konden we geen honderd meter ver zien. Zou één klein spinnetje aan boord toch ook al een zondvloed kunnen veroorzaken.

 

Gelukkig was het niet al te koud , maar het hield geen moment op met regenen.

Tijd voor een pauze om iets te eten of te drinken namen we niet. Daar waren de omstandigheden te hectisch voor.

Gelukkig hadden we de laatste drie dagen in  kortere etappes ingedeeld, zodat we niet echt tot het uiterste moesten gaan.

 

We passeerden de Botlekbrug en de Spijkenisserbrug. Mooie architectuur maar we moesten ook goed uitkijken voor  de pijpen die enorme hoeveelheden regenwater van de bruggen loosden.

In onze kano stond nu zoveel water dat we eerst dachten dat hij lek was. Gelukkig hadden we ons hoosblik dat we nu eens  echt konden gebruiken waarvoor het bestemd was.

 

Al bij al waren we toch iets te vroeg op de plaats waar de Oude Maas in de Nieuwe Waterweg stroomt die ons morgen naar de Maasmonding zal brengen. We gingen aan de kant staan waar het een beetje ondiep was.

Het was van hieruit een indrukwekkend zicht. De Nieuwe Waterweg is hier zo’n kilometer breed, en grote boten waaronder echte oceaanstomers voeren aan en af.

 

Bij de voorbereiding had ik al voorzien dat dit de gevaarlijkste plaats was van onze tocht. We moesten deze drukke waterweg oversteken, niet alleen omdat aan de overkant het Deltahotel lag, maar we zouden morgen ook langs die oever naar de Maasmonding varen.

 

Volgens afspraak belden we toen de havenautoriteiten van Rotterdam die ons escorte zouden geven naar de overkant.

Het was niet de gemakkelijkste plaats vanwaar ooit naar een escorte gebeld is.

Binnen de tien minuten waren de mannen daar met hun geel-zwarte boot.

De kapitein gebaarde van dichterbij te komen en zijn boot vanaf enige afstand langszij te volgen. Als een walvisjong naast zijn moeder.

 

Toen zette de boot zijn zwaailichten op en dwarsten wij de Nieuwe Waterweg. Het was hels peddelen in hoge golven maar we hadden van de aankomende boten niets te vrezen. Alle Titanics, Love Boats en tankers moesten rekening houden met de escorteboot, en veilig bereikten we de overkant.

 

De boot begeleidde ons naar het Deltahotel waar we zouden overnachten. Toen bleek dat het aan de kade wat moeilijk was om de boot uit het water te krijgen lieten de Rotterdammers pas echt kijken wat service is. Ze lieten de kraan van hun boot uitzwenken,brachten een paar spanriemen aan, en Hobo werd netjes uit het water getild en op de kade gezet.

Puik werk en bedankt mannen !

 

De kapitein pleegde nog een paar telefoontjes en we kregen dan ook van de havenautoriteiten de toestemming om naar Hoek van Holland te roeien. Ook daar worden we opgewacht door een begeleidingsboot.

Let wel : indien de golven aan het strand te hoog zijn moeten we aanleggen in de Berghaven van Hoek van Holland.

Maar men kan ons dit pas een uur voor aankomst zeggen.

 

We stonden nog geen vijf minuten op de kade en wie belt er, u raadt het nooit ? Jawel, de heer Goof! Hoe het met ons was ?  

Mam weer volledig naar de filistijnen. Miljaar de miljaar ! Als er iets positiefs aan onze kapitein is, dan is het wel dat hij mij heeft leren vloeken.

 

Ik ga vanavond iets frivools aandoen, kirt mam. Dames en heren, na vijfentwintig dagen bestaat mijn bagage uit een zak schimmel, waar ik gerust een eigen roquefortfabriek mee kan beginnen. Maar mam is nog in staat iets frivools uit haar bagage te toveren.

Heer Goof, als ik morgen thuiskom zet ik haar voor uw deur af. Tezamen met mijn zak schimmel.

Die met die rode frivole prul aan, is ons mam!  Succes !

 

Vanavond weer eens slapen in een echt bed. En ook onze boot krijgt een vipbehandeling. We mochten hem door de receptie naar binnen rijden en nu staat hij droog en warm te worden in een vergaderruimte van het hotel.

Deze avond zitten we hier aan tafel met de heren Hans R. van der Spek en Jack Kwakkelstein.

Twee leden van de Lionsclub Maasland (Nl) die al jaren verbroederen met de club van het Belgische Maasland.

 

Het werd een gezellige avond (ik zeg dit nu elke dag, maar het is zo).

Lekker gegeten en naar elkaars verhalen geluisterd. Op het eind van de avond werd met een genereus gebaar ook nog door hen de rekening betaald. Dank u heren Lions, in het zicht van de meet wordt u ook nog hoofdsponsor.

 

Terwijl ik dit schrijf (23.00u), zit ik aan het raam met uitzicht op de Maas. Overal lichtjes van fabrieken en schepen die maar blijven langskomen. Ieder met hun eigen verhaal.

Morgen maken wij dat van ons af, in Hoek van Holland, op het strand of in de Berghaven.

Dag 25. De juiste man op het juiste moment. Reddingsactie van onze kapitein . Pietje Bell.

Afgelegd traject : Drimmelen – Barendrecht : 30 km. Reistotaal : 790 km.

Weersomstandigheden : ’s morgens felle bui, daarna mooi, strakke wind.

Vaarkwaliteit : heel veel verkeer, onrustig water.

 

Marina Biesbosch was inderdaad de perfecte camping. Splinternieuw. Alle paviljoenen en griendhuisjes zijn bedekt met ecologische dakbedekking, graszoden gemengd met een soort vetkruid. Is uit het Noorden (Denemarken) komen overwaaien.

 

Er zat ook een winkeltje aan vast met broodjes en zeep. Ik had nog wel zeep maar die zat leeggelopen in mijn toilettas, wat niet zo praktisch is. Gouden raad van tante Kaat : doe altijd het dopje van je zeepflacon dicht voor je op je toilettas gaat zitten.

Ook hier werkt alles met een sleuteltje: toilet, slagboom, douche, waterkraan naast de tent, vuilnisbak.

Alleen het luxueuze jacht dat de kapitein eens wilde proberen, niet.

 

De broodjes waren net gehaald of daar stond Ed op ons te wachten. Ed, zelf een doorgewinterd kajakker had van een campingmedewerker gehoord dat wij graag wat info wilden over het laatste gedeelte van onze tocht o.a. het Hollands Diep en de Nieuwe Waterweg. Ed had een hoop nuttige tips onder meer over getijdenwerking, koersbepaling en wat telefoonnummers van Waterverkeer. Alweer een beetje meer gewapend tegen het Kwaad. Dank u wel Ed !

 

Het grootste gedeelte van de ochtend roeiden we langs de Biesbosch met zijn enorme rietvelden en diepe inhammen.

Bij een rietveld hoort een enorme regenbui of een ongemakkelijke fel gekleurde designstoel uit de vorige eeuw.

Wij kregen het eerste. Doornat werden we.

 

Hierna trad de kapitein in uniform aan. Het moet eens gedaan zijn met mij maar altijd belachelijk te maken. Tijd voor heldendaden.

Nauwelijks uitgesproken of wij zagen een bootje, met aan boord een huisgezin met twee kleine kinderen, stuurloos ronddobberen. Hier is een probleem zei de kapitein. Hij stapte overboord, liep een eindje over het water,  klommelde wat aan de motor die na enkele minuten probleemloos startte. Hij wuifde achteloos vaarwel en stapte terug bij ons aan boord.

Nadat hij enkele schroefjes had uitgespuwd vroeg hij of er nog iets te drinken was.

Het was de eerste keer op onze reis dat mensen óns eens konden bedanken.

 

Rond twaalf uur verlieten we de Biesbosch en naderden het Hollands Diep. Het Hollands Diep is een van onze “Rode Zones “

en moest dwars overgestoken worden. Zo’n twee kilometer breed met zeer druk vrachtvervoer.

Het was een indrukwekkende ervaring die wij er dankzij de goede stuurmanskunst van de kapitein, goed van afbrachten (Roei door en zaag niet!).

 

We pauzeerden op een strekdammetje onder het gekrijs van grote mantelmeeuwen.

Daarna kwamen de enorme Moerdijkbruggen waar we onderdoor moesten. God wat waren we klein onder die immense bouwwerken.

Even na de Moerdijkbruggen draaiden we het Dordtse Kil op die ons terug zou brengen naar de Oude Maas.

De Oude Maas is een drukbevaren waterweg, maar het viel allemaal nogal mee. In de verte zagen we het havengebied van Dordrecht liggen.

 

Het feit dat we dagelijks iets minder kilometers afleggen, heeft niets te maken met ons liederlijk gedrag ’s avonds, maar alles met de getijdenwerking die reeds vanaf de Prinses Máximasluizen voelbaar is.

Ook vandaag hadden we daar weet van en moesten ons de laatste kilometers uit de naad werken tegen het opkomend getij.

 

Om halfzes waren wij eindelijk in het Marinecentrum van Barendrecht waar onze camping lag. We mochten een plaatsje uitkiezen aan de boothelling zodat we morgen weer een vliegende start kunnen maken.

We aten uitstekend in het gezellige campingrestaurant “Riverside” met zijn prachtig uitzicht op de Maas.

Toen de uitbater ook nog de juiste muziek (jazz) opzette was het voor Wiel helemaal geslaagd.

 

We eindigden de avond met alweer de juiste man op het juiste moment.

Pietje Bell bestaat echt. Maar hij heet eigenlijk Ron de Bruijn. Ron komt uit Rotterdam en is kapitein op een sleepboot.

Hij weet zowat alles over het reilen en zeilen in de haven van Rotterdam en de Nieuwe Waterweg. Alles is hier zeer streng gereglementeerd en je mag hier niet zomaar  wat rondcrossen. Ze zien je trouwens op de radar. Ik vermoed dat ze weten wat wij deze namiddag gegeten hebben en waar ik zo overal tegen een boom heb gestaan.

 

En Ron regelde toen het een en ander, en pleegde ’n twintigtal telefoontjes zodat we morgen onder begeleiding naar Vlaardingen kunnen gaan. Schitterende kerel die Ron en het werd nog een gezellige avond.

Morgen slapen we in het Deltahotel in Vlaardingen ( dankzij Mark Molenaers).

Vandaag kruipen we  voor de laatste keer in ons hol.

Dag 24. Radar, huisdieren, Mireille en Jack.

Afgelegd traject : Well  – Drimmelen : 29 km. Reistotaal : 760 km.

Weersomstandigheden : ’s morgens mistig, daarna zeer mooi.  

Vaarkwaliteit : Veel vrachtverkeer en pleziervaart. De  Maas wordt vandaag zo’n vijfhonderd meter breed.

 

Met het kampeergevoel van echte scouts verlieten we om 9.30 u camping De Bol. Bedankt Josine en Toon en alle kinderen die zo enthousiast geïnteresseerd waren in onze verhalen.

 

We vertrokken in de dikke mist, voor ons weer een heel nieuwe ervaring op het water. Vrachtschepen werden spookschepen.

Geen probleem, zei onze kapitein, dan zet ik de radar op zodat we altijd weten waar de oever is.

Met radar bedoelt hij die paars bezopen antenne die hij in het midden van zijn gezicht heeft staan, en waarmee hij denkt de rotte vis te kunnen ruiken die op de kant ligt.

 

Maar het klaarde snel op en het werd lekker weer (Begin ik niet wat te veel “lekker “ te zeggen ?)

We bevinden ons op de Bergse Maas, die stilaan breder wordt.

In Heusden hadden we afspraak met Mireille Schulpen, afkomstig uit Maaseik en die hier al geruime tijd woont.

We hadden via Frens , onze webmaster, afgesproken tussen 10.00 u en 12.00 u.

 

Rond halfelf hoorden we iemand vanaf de kant roepen, maar we zagen niet wie. Wiel meende dat het iemand was die op zijn hond riep. Achteraf bleek die hond van voor in onze boot te zitten.

We voeren dan maar Heusden binnen, een oud vestingstadje met een prachtig binnenwater. Even rondgepiept in dit prachtig decor, een paar fotootjes gemaakt en dan maar wachten.

 

Na tien minuten kwam Mireille daar buiten adem aangelopen.Ocharm, zij was het die tevergeefs op ons had geroepen.

Woef, zei ik toen maar.

Mireille was afgelopen weekend in Maaseik geweest, zodat we wat konden bijpraten over wie geboren en gestorven was, en wie er zo allemaal op Hartbufkes de scheve schaats gereden had. Het werd een lang gesprek, waarbij ik even langs  de kant op de trapjes ging zitten en volgens de wet van de terging recht in een kwak eendenpoep.

 

Ook nog op een plaats die voor mij met een papieren zakdoekje moeilijk te bereiken was .

Mireille was zo vriendelijk om mij hierbij te assisteren. Had u de kapitein eens giftig moeten zien kijken.

Ge hebt dat natuurlijk weer met opzet gedaan zei hij.

Sorry Mireille, dat gij bij onze eerste ontmoeting ongeveer mijn achterste hebt moeten afvegen, maar het was een tof gesprek in dit historisch decor (de eenden daargelaten.) Tot weerziens !

 

De Bergse Maas werd zo breed en het landschap zo plat, dat wij vreesden ergens van de wereld te gaan afvallen.

Mam begint zich de laatste tijd ook weer te roeren. Sinds de heer Goof de laatste dagen uit haar gedachten is weggezeild, kan ze haar zinnen eindelijk eens op iets anders zetten. Poetsen bijvoorbeeld.

 

Nu zit er de laatste dagen een spinnetje  bij mij van voor aan boord. Ik heb het beestje al overboord gezet, platgeslagen, aan hare lasso weggeslingerd, maar na tien minuten hangt het diertje weer getrouw aan mijn hoed. Een huisdier dus ! Tot grote ergernis van mam die ook nog onder mijn zitje een echt spinnenweb ontdekt heeft.

Maar ze mag het niet wegdoen. Iemand die zo blijft volharden, is zo hardnekkig als wij die toch ook de eindmeet willen halen.

 

Jaja zegt mam, dat begint met een spin en straks hebt ge van alle dieren er twee aan boord en kunt ge na veertig dagen een duif loslaten  om hulp te halen als wij ergens boven in een populier hangen (Die als hoge pluimen aan de einder staan zei Marsman )

 

En dan was er Jack nog .Jack Janssen, de volhardende Oldie, die met zijn motor naar ons op zoek was gegaan, en ons eindelijk onder de brug bij de Kurenpolder gevonden had.

Spijtig Jack, dat we u  niet hebben kunnen meenemen naar  de camping  van Drimmelen waar we nu tegen lichtsnelheid ons vochtgehalte terug op peil aan het brengen zijn. Ook uw bezoek was voor ons een hart onder de riem. Bedankt.

 

We zitten nu op camping Biesbosch Marina, de best en mooist uitgeruste camping die we tot nu hebben gehad.

Met alle mogelijke elektronische snufjes, pasjes en sleutels. Ik verheug me al!

 

Als alles goed gaat komen we waarschijnlijk donderdag tussen twee en vier aan op het strand van Hoek van Holland.

Laat ons bidden.

Dag 23. Campingmode. Prinses Máxima. Uit de Bol.

Afgelegd traject : Megen  – Well : 33 km. Reistotaal: 731 km.

Weersomstandigheden :  mooi en warm.

Vaarkwaliteit : veel pleziervaart, maar we beginnen het te kennen.

 

Het is niet camping De Groene Ham, maar De Gouden Ham waar wij zitten. De zonsopgang was deze morgen tenminste van goud

(Er was een man met veel goud in de mond, hé mijnheer heet u soms Morgenstond , zo zei L.Huizinga)

Ondanks dat het een grote camping is, geen kabaal en goed geslapen. Het voordeel van een grote camping is dat er ook een winkeltje aanwezig is.

 

Dus gauw nog wat etenswaren halen. Het krioelt hier van de wilde konijnen, met heel veel pikzwarte ertussen.

Zou hier ooit een zwart konijn schipbreuk hebben geleden ? De kapitein eens vragen.

 

We hebben nu al ongeveer twintig campingdagen achter de rug. Voortreffelijk gekampeerd, dat is een feit.

Maar over de campingmode delen mam en de kapitein toch wel een eigen visie.

Het moet gezegd, ik loop wel regelmatig over de kapitein en mam te mekkeren, maar als het op kledij aankomt zijn ze beiden om door een ringetje te halen.

 

Stuur de kapitein in zijn blote kont een bos in, aan de andere kant komt hij eruit met een kostuum aan.

Idem  voor mam (maar hier kan het ook omgekeerd zijn).

Zo hebben mam en de kapitein  deze campingkledingtrend benoemd als de “Faute Couture”.

 

Je hebt mensen die kleren dragen van Pierre Jardin en Walter van Beirenput. Voor je ze ziet heb je ze al op een kilometer afstand geroken.

Van een creatie van Karl Lagerwal of Paco Cabane vindt  de kapitein dat die het best tot haar recht komt onder een brug of op de trappen van de metro. De juwelen van Dirk Bickyburgs vindt mam wel mooi. Vooral de collier gemaakt van kroonkurken van de heer Jupiler (hier zeer zeldzaam), draagt haar voorkeur weg.

 

Een jurk van Coco Gamel wekt dan weer hun eetlust op. Die ruikt immers naar vissoep.

De kledij van Dries van Boten kan de kapitein wel smaken. Allemaal gemaakt van aangespoelde rommel van gezonken schepen.

Eerlijk materiaal zegt hij dan.

 

Op gebied van haardracht is hier ook nog een gat in de markt voor Jo’s Hairstyling. Toen we hier aan een aantal mensen  de weg vroegen, bleek het dat wij tegen hun achterkant aan het praten waren.

Tot zover dit vestimentair intermezzo.

 

Om 9.45u vertrokken we. Vandaag peddelden we naar Well waar we de keuze zouden hebben tussen twee campings.

Typerend voor de Maas zijn hier de vele veerpontjes, waar druk gebruik van wordt gemaakt.

Regelmatig zagen we ook een  kudde schapen met herder en hond.

 

Om 11.3O u voeren we de sluis van prinses Máxima binnen (een oude sluis staat in het boekje).

Het was onze laatste sluis. De dagen beginnen te komen dat we alles voor een laatste keer aan het doen zijn.

De sluis van prinses Máxima is een sluis met een hefdeursysteem. Ondanks dat wij een spurt inzetten, ging de poort vlak voor onze neus naar beneden.

 

Tot onze grote verbazing ging na enkele minuten de poort terug omhoog en mochten wij nog binnenvaren.

Geweldig gebaar van de sluiswachter.

Mevrouw  Prinses Máxima, kunt u die man geen opslag of promotie geven ( bv. hoofdwachter op de imposante Haringvliet in Rotterdam),

want dit is geen gewoon ambtenaartje, maar een man die weet wat tijdverlies betekent voor twee hardwerkende peddelaars die iedere dag geen minuut overhebben.

 

Rond vijf uur hadden we in Well de keuze tussen twee campings. Maar de eerste was niks, alleen maar van die plastic  brolhuisjes en niet welkom voor tenten.

Gelukkig sloten een kilometer verder Josine en Toon ons in hun armen op  gezellige familiecamping “ De Bol van Well”

We kregen onmiddellijk twee flesjes 5° aangeboden. Bedankt Toon en Josine voor uw spontane gastvrijheid, want de camping was eigenlijk overvol.

 

Vanavond gingen we even uit de Bol. Iets verder ligt  weer een Veerhuisrestaurant en op het eerste gezicht is mevrouw Mora heel ver uit de buurt. Lekker gegeten en Wiel heeft nog een reuzegrote aardbeiencoupe leeggepeddeld (een kwestie van de armspieren fit te houden).

 

Toen we terugkwamen was er op de camping een kampvuur ontstoken en hebben we rond het vuur nog even gezellig gepraat en in de vlammen gestaard. Mooier dan de beste televisie. We waren terug bij de scouts.

“O Heer de avond is neergekomen”.

Dag 22. Een camping met een luchtje, oude schepen, “Fritbufkes Preuve”.

Weersomstandigheden :  hele dag bewolkt, tegen de avond,zon.

Vaarkwaliteit : ‘s morgens vreselijk druk, na de middag rustig, weer een paar vervelende speedboten. Een sluis in Grave.

 

Gisterenavond heerlijk getafeld in restaurant “Het Veerhuis” dat bij de camping hoort. Het was een van de betere culinaire ervaringen van onze reis. Maar goed ook. Het blikvoer van mam heeft de houdbaarheidsdatum reeds lang overschreden (al van voor de datum dat wij vertrokken waren.)

 

De keuken van  Het Veerhuis voert een biologisch kwaliteitslabel: alles vers, onbespoten en van eigen stal.

Heerlijk, waarna wij een rustig composterende nacht doorbrachten.

 

Helaas was er ’s morgens een probleem. Toen ik naar het groot toilet moest was er op geen enkel wc een doorspoelmechanisme.

Geen knop, geen koord, geen hendel. Niks ! Ik weet dat mam mij een sanitair analfabeet vindt ( gisteren had ik  bijna weer de douche afgebroken omdat ik de hendel van de sproeikop niet kon vinden) maar dit tartte alle verbeelding.

 

Ik ging dus bij mam om raad. U moet trouwens weten dat mam een deskundig sanitair experte is. Op het hele westelijke halfrond is er niet één hotel, restaurant, of café waar zij niet eens op de pot heeft gezeten.

Zij wil er trouwens een gids over uitbrengen. Met sterren uiteraard.  Wat beelden zich die van Michelin wel in!  Het punt is hoe het eruit komt en niet hoe het erin gaat. Dat is haar culinair statement.

 

Mam, die ook dringend moest, ging dat even voor mij oplossen, maar kwam binnen de vijf minuten met een beteuterd gezicht terug. Mysterie !

Toen zij na tien minuten met de schup vanachter de struiken kwam, zei zij: “jongen ik denk dat ik het weet. De mensen die hier op de camping zitten en in het restaurant biologisch gaan eten, zijn  lichamelijk zo  geëvolueerd dat zij niet meer naar het groot toilet hoeven te gaan”.

 “Die toiletten die daar staan zijn pure nep. Die staan er alleen maar voor de mensen die nog eens met een nostalgisch gevoel op de pot willen zitten mijmeren over de tijd dat krant en toiletpapier nog perfect uitwisselbaar waren.”

Af en toe ben ik toch ook trots op mam. Wat een wijs mens toch!

 

Toen wij de camping verlieten kreeg zij ocharm ook nog de slagboom op haar hoofd en moest zij even haar kompasnaald zoeken.

Voor de slagboom moesten wij niets betalen. Heel toffe camping, maar met een luchtje.

 

Omdat we deze morgen ook in het Veerhuis zijn gaan ontbijten waren we snel weg ( we moesten immers niet meer naar het toilet). Droge start om 9.30 u.

Het waterverkeer was ronduit hectisch met een paar storende  speedboten.

 

Vandaag ook veel mooie oude boten gezien. Zoals een Drentse duitenkliever en een Zeeuwse kieuwendrager (aldus de kapitein)

“Die houten Friese haringkelder die je daar ziet varen is gemaakt van duigen van oude biervaten, zodat je, wanneer je ’s avonds in je kooi kruipt, je ‘s morgens zat opstaat. En de haring gemarineerd is dacht lichtmatroos.

 

De omgeving begint te veranderen, het landschap is vlak en onbewoond. Een beetje eentonig. Veel watervogels, massa’s kieviten en ook de meeuwen beginnen zich te vertonen. Ergens moet de zee zijn.

In de sluis van Grave moesten we iets langer wachten.

 

We nemen tegenwoordig ook geen middagpauze meer. Alleen gesuikerde drank. Dus honger en bekaf.

Toen we om 18.00 u eindelijk in Megen aankwamen dachten we dat alles gepiept was maar toen moesten we nog bijna een uur een plas oproeien naar camping De Gouden Ham

 

De Gouden Ham is een camping zoals alleen Nederland die kent. Mega! Met alles erop en eraan. Alleen het voetbalstadion ontbreekt nog. Ze was overvol en we moesten pleiten voor een plaatsje. Maar we staan ondertussen weer.

Met de beste sanitaire installatie tot dusver. Met een massa echte wc’s. Dus hier zal ook wel een echte snackbar zijn.

 

En een uurtje later zaten we in de snackbar “Fritbufkes “ te eten. We hebben zowat alles gegeten wat er op de lijst stond.

Alleen van mevrouw Mora zijn we afgebleven.

U zult in Maaseik wel allemaal op Hartbufkes zitten !

(Zucht)

Dag 21. Afval in de Maas, de afstand tussen twee blikjes Schultenbrau, scheepsjargon.

Weersomstandigheden : mooi, maar benauwd tot onweersachtig.

Vaarkwaliteit :  veel boten, zonder echt hinderlijk te zijn, een sluis te Samfeld.

 

Perfecte ochtend op camping Maashof. Mooie zonsopgang, zeer rustig, de stilte af en toe doorbroken door het gedokker van een passerende vrachtboot.

De campinguitbater had gezorgd voor enkele ontbijtbroodjes en voor frisdrank  onderweg.

 

Nog even naar zijn mooie tuin (gespecialiseerd in rozen) wezen kijken. Wilde natuur is mooi maar een harmonieuze, evenwichtige tuin  kan ook een heilzame rust uitstralen.

Nadat er nog enkele foto’s waren genomen werden we uitgeleide gedaan door de baas. We gaan hier zeker nog eens terugkomen.

 

Om 9.30u konden we ontschepen en vertrokken we naar Oeffelt (36 km ) als dagdoel.

In Nederland snelt het nieuws over onze tocht voor ons uit, en overal langs de oever zien we mensen staan die op ons roepen, voor ons duimen en ons aanmoedigen. Geeft een extra motivatie !

 

De Maas is hier zeer proper. Bijna geen drijvend afval. Dat konden we tussen Namen en Luik spijtig genoeg niet zeggen.

Drijvend afval is de specialiteit van onze kapitein. Niet dat hij nog strandjutter speelt, die tijd is al lang voorbij.

Maar voor alles wat langsdrijft heeft hij een praktische interesse.

Zoals bijvoorbeeld een grote plastic fles : prima hoosblik. Een langsdobberende sofa : lekker middagdutje.

Verroeste fiets: ideaal om elektriciteit mee te maken.

 

Maar nu komt het dames en heren, als hij een condoom ziet drijven (en dat waren er nogal wat), moet ik hem echt tegenhouden dat hij het niet uit het water vist.

“Matroos “zegt hij dan “weet jij wel goed dat die dingen ook leven kunnen schenken”! Ik weer kijken als een uil.

“Jaren geleden,  toen ik schipbreuk leed voor de Markiezeneilanden hebben twee van zo’n ronddrijvende dingen mijn leven gered”. “Opgeblazen waren ze een ideaal reddingsvest”

 

“Leven schenken matroos, dat doen die dingen! En uit respect voor het leven heb ik ze op de Markiezen nooit gebruikt .

Ga daar maar eens een kijkje nemen. De helft van de bevolking draagt mijn genetica, en loopt rond met mijn edele gelaatstrekken”. ”En zwalpen al voor twaalf uur ’s morgens laveloos door het dorp”, dacht ik zo bij mijzelf.

Tot zover zwerfvuil op de Maas.

 

Rond 12.30 u wachtte ons een nieuwe verrassing. Wie dook daar rond de Leukermeerplas op ? U raadt het nooit.

Toos en Jan die we het laatst gezien hadden in Hastière, en nu opnieuw met twee blikken Schultenbrau (toen nog frisdrank) onze vreselijke dorst kwamen lessen.

 

De afstand tussen twee blikken Schultenbrau bedraagt dus ongeveer driehonderd kilometer.

Bedankt Toos en Jan, het was een prettig weerzien, met de juiste verfrissing op het juiste moment.

 

Dat het  er op de Nederlandse Maas  nogal hectisch aan toe kan gaan bleek toen we twee jachten bijna tegen elkaar zagen botsen en maar op het nippertje een drama kon vermeden worden.

 

In de sluis van Samfeld hadden we geluk, we konden onmiddellijk geschut worden wat ons een tijdsvoordeel gaf van minstens een halfuur.

 

Om alle gekrakeel aan boord te doen stoppen heeft mam vanaf vandaag een eigen scheepsjargon ingevoerd.

Enkele voorbeelden:

° Juist kotelet : iets lekkers gedronken.

° De kelder uitgooien : roeien.

° Strijkijzer : jetski.

° Janneke en Mieke : een koppel zwanen.

° Zeikstraal : speedboot aan te hoge snelheid.

° Pietje Puk: een groot vrachtschip.

° Loslopende beren : schaars geklede oeverbewoonsters. Dit komt van mam zelf :”Het is schandalig hoe ze er de laatste tijd bijlopen, het is bij de beesten af !”

 

Het was een snelle rit vandaag en reeds om 17.00u zaten we op de camping Maasoever in Oeffelt.

Het is vrijdag, baddag, en we gaan eens uitgebreid poedelen. En seffens in het restaurant hier een beetje verder iets lekkers eten.

Maar we moeten goed uitkijken want hier zit een hele groep loslopende beren.

Goed weekend

Dag 20. Brief aan Né Sjruur, eucalyptusbomen langs de Maas, verjongingskuur via Het Belang van Limburg.

Afgelegd traject : Herten- Lottum  : 40 km. Reistotaal : 625 

Weersomstandigheden : Drie liter cola gedronken, dus zeer warm.

Vaarkwaliteit :  Veel pleziervaart  en vrachtboten, maar niet hinderlijk.

 

Brief aan Né Sjruur

J’accuse (met dank aan de heren Zola en Greene)

 

Beste Né Sjruur, voormalig vriend en (eigen) grafdelver,

 

Naar aanleiding van uw commentaar op TV-Limburg, waarbij u onze fysieke competentie als twijfelachtig doet overkomen waren wij ten zeerste gechoqueerd.

Dat u na vijftig jaar cafébaas spelen last heeft van verschrompelde hersenen die rondzwalpen in een bokaal Orval, daar kunnen wij nog begrip voor opbrengen.

 

Maar dat u op tv, voor stad, provincie en natie onze prestatie minimaliseert tot het niveau van een aflevering van Peppi en Kokki dat vinden wij beneden alle peil.

Alsof kapitein Haddock en lichtmatroos Lazarus  in hun bootje, beladen met twintig bakken bier, zich zomaar wat laten dobberen tot aan de zee.

 

Trouwens heer Sjruur, wist u dat bakboord niet de plaats is waar de kapitein zijn bakken bier bewaart, en stuurboord niet de plek waar mam de hele dag stuurs zit te kijken? Natuurlijk weet u dat niet.

 

Overigens, wat is een fysieke prestatie ? Is dat iedere dag een kilo rauw gehakt eten tot u een kolonie lintwormen gekweekt hebt die u het afgepeigerde uiterlijk geven van een Keniaanse langeafstandsloper.

 

Of wat nog ? Was dat uw voornemen om ons met de fiets in Hoei te  komen bezoeken, maar toen u op de landkaart keek “Oei” zei en  besloot dan maar naar Luik te komen. Achteraf beweerde u dat u door de regen slechts in “ de omgeving van Luik “ was geraakt. Toen u in die zogezegde “omgeving van Luik” aan iemand in het Frans de weg vroeg, werd u in het plat Maaslands geantwoord dat u onder de brug van Vucht stond.

 

En die regen was dat niet gewoon opgespaarde brakke zweet, opgedaan na vijftig jaar café houden.

En bovendien die heerlijke isotone drank O, die u voor ons zou meebrengen, ook zelf nog hebt opgedronken.

Tot zover alweer een fysieke prestatie van uwentwege.

 

Beste Né Sjruur, wij zouden het ten zeerste op prijs stellen dat u op uw bandrecordertje een gecorrigeerde versie insprak en deze doorstuurde naar de heer Kuifje van TV-Limburg. De beelden mogen dezelfde blijven want na vijftig jaar van alcoholmisbruik is aan uw lippen toch niet meer te zien of u hond zegt of stront !

 

Né Sjruur, u kan begrijpen dat u uw eigen graf heeft gedolven,  en door ons bent doodverklaard.

Moest u hierbij nog uw eigen kist kunnen dragen, dat zou pas fysieke competentie zijn !

 

Met sportieve groeten,

 

 

Uw voormalige vrienden

Hugo en Wiel.

 

Toen Wiel deze morgen al vóór mij aan het rondscharrelen was, dacht ik,  wat is die vroeg op, tot ik mij realiseerde dat mijn wekker een uur te laat stond. Dus alles een beetje in veldvitesse deze morgen, maar toch ook nog goed kunnen ontbijten in het restaurant van de camping.

 

Het was al 10.30 uur toen we vertrokken en toch hadden we ons voorgenomen er vandaag een topdag van te maken.

Liefst veertig kilometer tot camping Maashof in Lottum.

Er was vandaag veel pleziervaart en ook vrachtboten, maar het was niet hinderlijk, omdat Nederland met respect voor de natuur gekozen heeft voor het behoud van de zacht glooiende natuurlijke oevers. Dus geen betonnen wanden of ijzeren beschotten die de golven doen terugslaan.

Ook het water moet van goede kwaliteit zijn want wij zagen vandaag veel zwemmers en vissers.

De natuur is hier niet zo wild  als in de Ardennen maar er is een goed evenwicht tussen parklandschappen en natuurlijke biotopen.

 

Tot Wiel plotseling vroeg:”Tiens, staan daar geen eucalyptusbomen ?”En daar was inderdaad onze Slaperige Koala.

Jos Goyens en Brigitte, Jan Deckers en Annick stonden ons op te wachten achter het motorkabelveer in Steyl.

Een fijn bezoek met alles erop en eraan. Drank, eten  en gezellig praten. Het was een aansterkend halfuurtje.

Eens te meer bedankt, vrienden van het eerste uur.

 

We moesten vandaag twee sluizen passeren en door de langere wachttijden verloren we nogal wat tijd en was het pas acht uur ’s avonds toen we in Lottum aankwamen op camping Maashof.

Een aangename familiale camping met een prachtige tuin  en een uitbater die ondanks het late uur toch nog iets wou klaarmaken:

Zoorvleis met frieten. Lekker!

 

Aan tafel bespraken Wiel en ik de krantenberichten die over ons zijn verschenen. We waren vooral te spreken over Het Belang van Limburg. Die had me vijf jaar jonger gemaakt, ten koste van Wiel natuurlijk. Verjongingskuur via de krant !

En er stond ook in dat Wiel geboren is op de Maasdijk nr. 108 en dus eigenlijk mijn broer is.

En het is ook fijn om weten dat ondanks ik van zeilen niks ken, ik volgens de krant  deze sport al sedert mijn elfde intens beoefen.

Mensen er zit meer in u dan dat u soms denkt !

 

Wij gaan nu slapen op deze prachtige camping “aan de Schelde” ( Zal morgen zo wel in Het Belang staan)

Slaap ze !

Dag 19. Receptie op het water. Mam depressief ? Reilen en zeilen op camping Hatenboer.

Afgelegd traject : Maaseik – Herten: 25 km. Reistotaal: 585 km. 

Weersomstandigheden :  zeer mooi weer.

Vaarkwaliteit :  minder goed geroeid wegens Sjeiven Dörpel gisterenavond.

 

Gisterenavond nog een geweldige fijne avond in de Sjeiven gehad.Met straffe zeemansverhalen ( de kapitein), culinaire hoogstandjes (mam),  maar vooral de gewaardeerde aanwezigheid van familie en vrienden.

Ook werden in de vergaderruimte, aan de toog dus, de logistiek en de planning van de volgende dagen besproken.

 

We apprecieerden het ten zeerste dat Maj en Cuub zich spontaan aanboden om in Nederland bodyguard te spelen op onze boot maar omdat we met Wiel het maximale toegestane gewicht aan boord bereikt hebben, kunnen we hier helaas  niet op ingaan. Spijtig, want met de handen van die twee mannen hadden wij geen roeispanen nodig gehad.

 

Comateus geslapen op eigen bodem. Met frisgewassen kleren ( de schimmel is nu overgeslagen op ons huis) en de nieuwe energie die wij dankzij jullie Maaseikenaren hebben gekregen, zijn we klaar om aan deel twee van onze onderneming te beginnen.

Om 1O.3O uur lag onze boot terug op scherp in het water langs de Maasdijk.

 

Opnieuw waren er een aantal supporters op post, en maakte Mart een filmreportage van onze probleemloze afvaart.

Maaseikenaren tot binnenkort !

We wilden er vandaag niet zo’n lange tocht van maken wegens ons laat vertrek en de onweerstaanbare zuigkracht van de Sjeiven Dörpel gisterenavond.

 

Het werd een indrukwekkende afvaart, Christoffel Columbus waardig. We werden maar door liefst drie boten uitgeleide gedaan. Jaak Vandinter en vrouw José, Rik Joosten en echtgenote Marianne, en tenslotte Paul Harboort die samen met zijn vrouw Lesley ook nog pa Hoedemakers, Jaak en Simonne , en schoonbroer Wim aan boord hadden.

 

Aan de Leeuwerik trakteerde Pé er eentje voor onderweg en was onze machinerie terug gesmeerd.

Na een paar uurtjes roeien kwamen we in Stevensweert aan waar de “Farandole” van Paul Harboort lag aangemeerd, en een drijvende receptie werd georganiseerd met champagne en toastjes. Ondertussen citeerde Wim uit het werk van de Maaseiker kunstenaar Jan Peeters.

Citaten die allemaal betrekking hadden op de Maas.

 

Hier namen we definitief afscheid  en gingen een paar kilometer verder picknicken op de oever.

 

Mam depressief ?

Simonne van Jaak had ons hiervoor zelfbereide goulashsoep meegegeven.”Overheerlijk, niet waar ?”, zei ik tegen mam.

“Overheerlijk, overheerlijk” bromde mam “ dat is soep gemaakt van dingen die men niet heeft willen opeten, opgekookt in een emmer water” Ik had blijkbaar weer een gevoelig punt geraakt bij mam.

 

Daarom, dames en heren ik vind dat mam de laatste dagen een beetje vreemd doet. Zou ze soms depressief zijn ?

Ik weet niet hoe dat komt. Ze doet zo raar. Bijvoorbeeld gisteren toen wij in Maaseik zo koninklijk onthaald werden en ons mam tijdens haar toespraak zo affreus de ons toespelende zatte harmonie Zjus ter Langs verwisselde met Sjoeën van Wuijt.

Nogmaals sorry hiervoor, Jean-Pierre.

Ook toen hij tegen de Oldies zei dat het goede voetballers waren  in plaats van taffeleirs had ik een raar gevoel

 

Daarom denk ik dat ze een beetje depressief is.

Zou het komen omdat de heer Goof gisteren niet aanwezig was op onze ontvangst ? Ik denk van wel.

Haar hoofd staat nergens naar en zij laat de boot verkommeren. De Love boat die zij zich gedroomd had is een “Stofboat” geworden. Zij zou haar hoofd eens op iets anders moeten zetten. Kocht zij maar eens een paar kookboeken op de boekenbeurs van de Harmonie, in plaats van de hele dag van madeliefjes de bloemblaadjes uit te trekken en in zichzelf te zitten mompelen.

Ik hoop dat de Nederlandse lucht haar lichamelijk en geestelijk rust zal brengen.

 

Nederland is een land van watermensen, dus veel pleziervaart maar we mochten niet klagen. We waren klein in Frankrijk, opgegroeid in België en grote roeiers geworden in Nederland.

We voeren verder zonder Toos en Jan te zien. Waar zitten jullie? Of hebben we jullie weer geklopt en terug recht op een frisdrank.

 

Om 17 uur vonden we het welletjes en zochten camping Hatenboer op in Herten. Nederland is een land van trekkers en kampeerders, dus een perfecte camping. Dat er ook producten van de heer Jupiler aanwezig waren vonden wij een teken van een gunstig evoluerende beschaving.

We werden verwelkomd door het Belgische koppel Natasja en  René die ons vertelden over het reilen en het zeilen op de camping.

 

Onze kapitein had vooral interesse in het reilen. Wat is “reilen” vroeg ik aan de kapitein.

” Zwijg” riep hij, laat dat maar aan mij over.Deze morgen om vijf uur kon ik zien  dat reilen bestaat uit het drinken van twintig halve liters van een met zijn onderbroek op het hoofd dansende kapitein op de plancher van disco Hatenboer.

 

Toch ook een goede morgen.