Oefentochten

1.Rotem (Bichterweert) – Maaseik Klauwenhof 04/04/09 – 15 km

De dag van de waarheid! Onze eerste tocht met de Hobo op de Maas en de verwachtingen zijn

gespannen . Gaat hij naar ons luisteren of wij naar hem ? Omdat wij een Canadese kano hebben die een aparte peddeltechniek vereist  besloten we een ervaren rot onder de arm te nemen. Johan Liberloo is een doorgewinterde kajakker en kanovaarder die het liefst gaat voor hoog- en wildwater. Hoog toen hij bijvoorbeeld bij de watersnood van 1995, tot grote ontsteltenis van brandweer en ramptoeristen, in Maaseik over de Maas kwam aangepeddeld.

Wild op Oostenrijkse bergrivieren en in Canadese waters tussen wolven en grizzlyberen.

(“Staan wij nu voor of na de grizzly’s gerangschikt”? vroeg Wiel)

Johan zou ons de beginselen van de trek-,duw-, en boogslagen bijbrengen en daarbij trachten  ons Laurel en Hardygehalte zoveel mogelijk te beperken.

Omwille van de veiligheid had ik gedacht onze eerste les te laten plaatsvinden  op stilstaand water, bijvoorbeeld op het grindgat in Aldeneik, maar dat eendje-in-het-bad-gedoe vond onze Wiel maar niks. Onmiddellijk het grote werk zei hij. De Maas op.!

Ik denk dat Wiel mij te voorzichtig vindt (een twijfelende schijtlaars dus), en ik hem te voortvarend (een roekeloze idioot dus)

Gelukkig had Johan daar de volgende wijze bedenking bij: twee twijfelaars in een kano vertrekken niet, twee durvers komen niet aan. Misschien vormen we toch nog een ideaal team?

Zaterdagmorgen om 9.30u was iedereen op post. Johan met zoon, wagen trailer en zijn kano.

Wiel ook met wagen want er moest wat heen en weer gependeld worden.

Eerst onze kano bij de boer uit zijn winterberging gehaald. Er toch ook maar de plastic verpakking van afgedaan. Uitgewuifd door het boerengezin, dat ons aanstaarde alsof ze de Titanic zagen vertrekken, reden we naar de Bichterweert te Rotem aan de Maas .

Kano’s en bijbehorend materiaal (peddels, knielkussens en reddingsvesten) werd afgeladen waarna Johan en Wiel terugreden om de trailer te gaan parkeren aan boerderij Klauwenhof in Aldeneik, het eindpunt van onze eerste tocht.

Ik bleef met de zoon van Johan ter plaatse om de startomstandigheden te observeren die zeker niet slecht waren. Na de natte periode van de afgelopen weken stond het waterpeil nog tamelijk hoog en zat er genoeg drift op het water. Het weer was goed, niet te koud, bewolking die in de loop van de ochtend nog zou uitklaren en de wind, ja op de Maas is er altijd wind die je volgens de wet van de terging altijd tegen hebt. Peddelweer !

Ondertussen was Jaak Borkelmans met de fiets aangekomen. Jaak is de pa van Wiel en onze trouwste fan. Hij zou ons over de dijk met de fiets volgen en zo nodig de nabestaanden  inlichten.

ohan en Wiel terug, reddingsvesten aan, instappen en wegwezen.

Canadees varen kun je op twee manieren, je hebt de geknielde houding waarbij je met de knieën op een knielkussen zit en je hebt de gewone zithouding.

De knielhouding geeft een grotere stabiliteit, maar het grote voordeel is dat je de twee houdingen kunt afwisselen waardoor je minder snel vermoeid raakt en je dus langer  kunt peddelen .

Ik ging voor zitten en werd daardoor de boegvaarder, Wiel vanachter en dus hekvaarder,

stuurman, en zo’n beetje de kapitein van het schip.

Daarna gaf Johan ons in tien minuten een aantal instructies waar we zelf nog in geen tien dagen zouden opgekomen zijn en vertrokken waren we.

Na enig experimenteren waarbij de stabiliteit van de kano danig op de proef werd gesteld koos ik voor de kniel- en Wiel voor de zithouding.

En het ging verbazend goed vooruit! Zo goed zelfs dat wij elkaar ervan verdachten heimelijk geoefend te hebben. De prima vaareigenschappen zoals stabiliteit, koersvastheid, diepgang, wendbaarheid en snelheid waren niet zomaar dichterlijke ontboezemingen uit een folder maar de heuse realiteit. Deze boot was op onze maat gesneden, het juiste ritme werd gevonden, en al snel peddelden wij als in een verhaal van Winnetou en hadden er een passie bij. Met nogmaals dank aan de Kanoshop in Deinze.

Natuurlijk moest Johan ons regelmatig corrigeren, botsten we eens tegen de oever, maakten we

enkele bevallige pirouettes en schoten al eens uit de bocht. Ook keek ik regelmatig achterom of  ik Haddock nog niet verdronken had met mijn gespetter.

Omdat de Maas hoog stond hadden we uiteraard de snelheid van het water mee.

Jaak riep vanaf zijn fiets dat we zo tegen 11 à 12 kilometer per uur gingen. Dat zal deze zomer bij laagwater wel een stuk minder zijn. Maar voor onze eerste tocht ging het wel motiverend lekker en enige euforie leek ons wel op zijn plaats.

Na een uurtje stormde de kerktoren van Maaseik op ons af en passeerden we de Maasbrug.

Geen gevaarlijke draaikolken of Maasmonsters die zich volgens de vertelselkens hier zouden

ophouden. Als er al monsters waren zouden het gerust de met plastic en rommel beladen struiken kunnen zijn langs de oevers van het water .

Voor de eerste keer in mijn leven zag ik vanaf het water mijn ouderlijk huis liggen.

Verder ging het naar Dillen- en Klauwenhof. Een zwaan schoot op ons af  en liet ons duidelijk

verstaan dat we hier niets te zoeken hadden. Waarschijnlijk zat zijn madame in de buurt op eieren. Verder was het enige probleempje nog het aantal vissers waartoe wij ons aangetrokken voelden. Gelukkig konden wij telkens, na enig gestuntel, een hoop visserslatijn vermijden.

Onze manoeuvres zullen toch nog goed moeten geoefend worden.!

Om toch ook  ervaring met stilstaand water op te doen besloten we naar Klauwenhof te gaan

via het grindgat. De grindplas is een prachtig stukje natuur,  er zitten veel watervogels

en de oevers zijn begroeid met ooibossen.Verder wij alleen met onze kano’s, de stilte en de rust. Prachtig !Het stilstaande water leverde geen noemenswaardige problemen, de kano deed perfect wat wij hem vroegen.

Om halfeen kwamen we aan bij het strandje van Klauwenhof maar het had gerust nog wat langer mogen duren. Johan leerde ons ten slotte nog droog parkeren en onze maidentrip zat erop. Nog wat foto’s, alles inladen en Hobo terug op stal gezet. Maar hij is nog niet van ons af.

Wij zijn Johan ten zeerste erkentelijk en over een zaak zijn Wiel en ik het  beiden eens: Wij hebben goesting naar nog! Wordt vervolgd.

2. Maastricht (Pietersplas) – Maaseik (Aldeneik) 23/05/09 – 50 km

Vermits we tijdens onze afvaart van plan zijn om zo’n veertig kilometer per dag af te leggen, wilden wij ons op 23 mei  eens aan het “serieuze” werk wagen.
Maastricht leek ons de ideale vertrekplaats, niet alleen qua afstand die over de Maas zo’n 50 kilometer bedraagt, maar we konden ook aan de stuw van Borgharen ons karretje uitproberen
omdat we hier uit het water moeten.

Er was prachtig weer voorspeld, en omdat onze boot de dag voordien plechtig was ingewijd,  zouden de goden over ons waken. Ik kan u nu al vertellen dat het vooral Neptunus was die ons speciale aandacht zou schenken.

Jaak, de pa van Wiel en onze eerste assistent op het droge, zou ons naar Maastricht brengen,  en was zo in de mogelijkheid zijn fonkelnieuwe bagagedrager te testen.
Wiel, zeiler op rust, sjorde onze boot met een paar zeemansknopen zo stevig vast, dat ik vroeg of het de bedoeling was dat de auto de boot zou dragen of dat wij seffens op de Maas de auto op de boot zouden meenemen. “Taffeleir” bromde Wiel.
Jaak vroeg nog of wij ons waterdicht tonnetje niet meenamen.”Voor niks nodig”,  riepen we in koor.

Rond acht uur waren we er mee weg om een halfuur later, even buiten Maastricht, te arriveren aan de Pietersplas.” Sint” Pietersplas was toepasselijker geweest, maar dat wisten we toen nog niet. Een betere startplaats konden we ons niet dromen. Een lichtglooiende helling  die overging in ondiep water verzekerde ons een moeiteloze afvaart.
Eerst nog even een foto, de reddingsvesten aan en onder een schitterende zon gleden we kalmpjes de plas op richting Maas.

Op de Maas zelf was er van stroming weinig te bespeuren, de stuw van Borgharen was immers niet  veraf, maar dat weerhield ons niet een goed tempo te ontwikkelen en vlotjes door het water te glijden. We lieten Maastricht rustig uit Betje van Veren komen, wenkten naar hotelgasten op een terras langs het water, vroegen een schippersvrouw of ons logo goed te lezen was, en passeerden de eeuwenoude  St.Servaasbrug.

Na een uurtje naderden wij de afsplitsing naar de Zuid-Willemsvaart en de stuw van Borgharen. Het is de eerste Nederlandse stuw die het peil van het Maaswater regelt. Zij behoort tot het Stoney-type, die bij hoge waterstand helemaal kan opengezet worden. Met een schip passeren is hier niet mogelijk.

Na wat heen- en- weer geschipper, vanaf de kant leek het allemaal een stuk eenvoudiger dan vanop het water en, besloten we via een ponton aan wal te gaan. De kano werd tegen het talud naar boven gesleept, ons karretje in een handomdraai gemonteerd, en na zo’n vijfhonderd meter “klunen” over de openbare weg,  kwamen wij via een betonnen boothelling terug aan de Maas. De eerste hindernis was met succes genomen.

Achter ons zagen wij hoe het water zo’n vijf meter naar beneden viel via een doorgang in de stuw . Enkele jaren geleden verongelukte hier nog een motorjacht waarbij twee opvarenden om het leven kwamen.”Ons kan niks gebeuren”, riepen wij in koor.
Ondanks de sterkere stroming konden we hier zonder moeite wegvaren.

“De stremming” van de Maas.

In de krant (zie persknipsels) was aangekondigd dat er vanaf  15 april in het kader van het project Grensmaas een aantal werkzaamheden zouden plaatsvinden tussen Borgharen en Meers. Aan zowel de Belgische als Nederlands zijde van de rivier zullen er delen worden afgegraven en extra verdiepingen en stroomversnellingen worden gemaakt. Hiermee hoopt men het aantal overstromingen te kunnen terugdringen en de natuur te herstellen.
Nadeel is dat gedurende een zevental maanden alle waterrecreatie verboden wordt op dit gedeelte van de Maas.

Maar het was zaterdag, er werd niet gewerkt, er was geen wolkje aan de lucht, en de kano liep zo lekker. Dus verder maar !  Rustig peddelden we verder, genietend van het mooie uitzicht.
Enkele kilometers verder gaf een verbodsbord te kennen dat alle kanoverkeer absoluut verboden was. “Niet voor ons” kraaiden wij in koor.

Totdat vanuit de verte een hels geraas tot ons doordrong. “Het is precies of daar een trein aankomt” , zei ik tegen Wiel. “ Daarom mag hier niet met een kano worden gevaren ” antwoordde Wiel laconiek.
Wij kunnen u nu al zeggen dat inzake stroomversnellingen de Maaswerken een groot succes zijn, want vijf seconden  later zaten wij tienduizend kilometer hiervandaan in de Niagarawatervallen en lagen wij ondersteboven in het kolkende water.

Ik sta er steeds van te kijken hoe men op National Geographic er altijd in slaagt om grote scheepsrampen uiterst gedetailleerd te reconstrueren. Wij weten van niets meer , alleen dat wij met één hand aan onze omgekeerde kano hingen en met de andere onze peddel vasthielden.
Hoe Wiel zich ook nog heeft kunnen bevrijden van een spanriem die rond een been en de boot gewikkeld was, is een prestatie waarmee alleen ontsnappingskunstenaar Houdini hem had kunnen evenaren.

Wij werden zo’n duizend meter door het wilde water meegesleurd en het was een helse klus om de boot aan de kant te krijgen. Hoe we hem moesten omkeren en leeghozen met een klein limonadeflesje, stond in geen enkel instructieboekje. Maar het lukte ons uiteindelijk, en na enig gestuntel konden wij terug in de boot klauteren.

Voor onze elektronica-afdeling kon geen hulp meer baten. Onze gsm’s waren naar de haaien,en het fototoestel, zoals later bleek, was alleen nog bereid de opgeslagen foto’s vrij te geven.
De  spanriemen waren verdwenen, en ook de zeiljas van Wiel was tijdens ons gespartel stilletjes van ons weggedreven. “Die pikken we seffens wel weer op “ zei ik.

De witte zeiljas van Wiel .

We hebben de jas niet meer teruggezien! Hardnekkig als zijn baasje, en zonder de steun van Oostpriesterhulp, is hij op zoek naar een tweede leven. Misschien binnen enige tijd als jas van een visser in een uitgeholde boomstam voor de kust van Afrika ?
Dames en heren, als u een witte jas met gekleurde letters ziet drijven, laat hem dan drijven! Het is een jas met een missie.

Drijfnat en dampend in de felle zon probeerden we terug in ons oude ritme te komen.
Er volgden nog  een aantal stroomversnellingen, maar dat leken meer ambetante verkeersdrempels die zonder veel moeite konden worden genomen, en niet te vergelijken met de wildwaterbaan die ons zonet  had uitgespuwd.
Vanaf Meers, dat tijdelijk de nieuwe startplaats is voor de  Maasafvaarten, kregen we het gezelschap van andere kanovaarders , die raar opkeken van die twee gekken die regelmatig hun gepeddel onderbraken wegens aanvallen van de slappe lach.
Maar goed, onze kleren waren opgedroogd, ons moreel zat hoog, en de tijd die we verloren hadden met ons waterballet werd gecompenseerd door de middagpauze die we niet hoefden te nemen omdat onze boterhammen visvoer waren geworden. Broederlijk deelden we het  overgebleven flesje cola.

Bedacht als we  waren voor vreemde watergeluiden werden we juist voor Meeswijk nog onthaald op een reeks mysterieuze klanken. Waren het nu de sirenen, die met hun verleidelijk gezang, ons opnieuw de dieperik in wilden jagen? Het bleek een repetitie te zijn van een mechanische klankorgel dat ’s avonds zou bespeeld worden aan de veerpont ter gelegenheid van het feest der beide Limburgen.

Rond halfdrie uur lieten we Rotem en de Bichterweerd achter ons, en zaten we op bekend terrrein. Vanaf hier was immers onze vorige oefentocht vertrokken.

Ze konden thuis het bad laten vollopen en om vier uur overschreden wij de finish, de schaduw van de brug in Maaseik.

Toch besloten we nog verder te roeien naar Aldeneik, om ons tussen de gemotoriseerde pleziervaart te mengen zodat we eens konden oefenen met het klieven van aanrollende golven. Ik moet zeggen dat het niet het plezierigste traject van onze tocht was, maar onze Hobo doorstond de test wonderwel.

Om vijf uur meerden we aan bij de Leeuwerik. Als Circus Boltini op zoek is naar een nieuw nummer, en ik bedoel geen clowns, maar een acrobatenact dan moeten ze eens komen kijken naar het aanmeren en uitladen van een kano aan een heftig bewegend  ponton.

Nog even nakaarten in de Sjeiven Dörpel en dan terug met Jaak naar de berging waar ons tonnetje eenzaam op ons stond te wachten.
We hebben vandaag ons avontuur beleefd en wij zijn het volmondig eens dat de Maas ons een lesje in nederigheid heeft geleerd.

Toen ik de volgende morgen mijn schoenen te drogen hing, viel er een schelpje van een eendenmossel uit. Welkom in de onderwaterwereld !

Leave a Reply