De Maas

Ik wil u zeker niet vervelen met feiten en data over de Maas, daarvoor heeft u immers internet en uw Winkler Prins, maar in relatie tot onze tocht zijn er over deze rivier toch wel een aantal interessante zaken te melden.

De Maas ontspringt in Frankrijk bij Pouilly-en-Bassigny op het plateau van Langres,  stroomt door België en Nederland,  tot mevrouw 935 km verder uitmondt in de Noordzee bij Rotterdam.  In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Rijn,  is de Maas een echte regenrivier.  Dit wil zeggen dat ze gevoed wordt met regenwater,  nergens in de buurt liggen hoge bergen met gletsjers.  De waterstand wordt dus niet beïnvloed door smeltwater uit de bergen,  maar in hoofdzaak door de hoeveelheid neerslag die ze krijgt.  En dat is voor ons zowat de hele aardrijkskunde.

De Maas een regenrivier. En van regen is er zoals u weet altijd te veel of te weinig wat dan ook zijn effect heeft op de bevaarbaarheid, in ons geval met een kano. Op het eerste stuk is er voor een kano dan ook niet veel te zoeken, de Maas is dan nog een grillig ondiep beekje – wij kunnen hier met ons uitgedijd lijf de hele rivier afdammen –  die op zeven kilometer een verval van 75 meter kent.  Bovendien neemt de Maas op een bepaald moment de metro en verdwijnt ondergronds in “Les Pertes de la Meuse” ter hoogte van Bazoilles-sur-Meuse, om dan iets voor Neufchâteau weer op te duiken. Neufchâteau komt dan ook in aanmerking als mogelijke ontschepingsplaats.  Meer duidelijkheid zullen we hierover allicht krijgen op onze verkenningstocht (zie voorbereiding).  Statistieken leren ons dat in Neufchâteau de gemiddelde waterstand van de Maas ongeveer zestig centimeter is,  wat zeker niet veel is, maar genoeg voor kanoverkeer dat volgens geraadpleegde bronnen hier al mogelijk is.

Verschillende bijriviertjes zorgen voor wateraanvoer waardoor het peil tamelijk constant blijft maar nog steeds laag. Op het eerste stuk door de Vogezen kent de Maas een grillige loop en het belooft dan ook een stukje avontuur te worden door een prachtig beschermd landschap met zeldzame planten waarbij omgevallen bomen, ruige begroeiing en afbrokkelende oevers mogelijke hindernissen kunnen vormen.

Vanaf Trousseye verandert het aanzien van de Maas enigszins omdat vanaf hier het Canal de la Meuse begint,  een kanaal dat voor grote stukken de bedding van de Maas volgt,  en dat gegraven werd ten behoeve van lichte vrachtboten (spitsen) maar dat op heden vooral gebruikt wordt voor de pleziervaart.

Om dat hele zootje aan het drijven te houden heeft men een uitvinding gedaan waar we als kanovaarders toch zeker even bij moeten stilstaan: de sluizen en de stuwen! Enig telwerk leert ons dat wij over het hele traject meer dan 100 sluizen en stuwen moeten passeren. Vooral op het Franse stuk zijn er veel sluizen waardoor onze afdaling meer lijkt op de kwajongensstreek waarbij de badkamer onder water werd gezet en wij in een teiltje de trappen kwamen afgedenderd. Sluizen zijn er van alle slag, van handbediend tot volautomatisch met afstandsbediening, bemande en onbemande,  overzichtelijk klein en angstaanjagend groot .

Over het al dan niet schutten van een kano is er weinig duidelijkheid.  Het blijkt allemaal wat afhankelijk te zijn van het land, de regio, de drukte, het tijdstip van de dag en het humeur van de sluiswachter. Ook hierover hopen we tijdens onze verkenningsreis wat meer klaarheid te krijgen. Voor de stuwen, zoals te Borgharen en Lixhe is het simpel, tenzij in combinatie met een sluis, is hier geen doorgang mogelijk en zal er moeten gekluund worden.

Omdat we natuurlijk stroomafwaarts peddelen zullen de plezanteriken wel beweren dat we ons maar moeten laten drijven om er te geraken. Uiteraard is er de stroomsnelheid, alhoewel snelheid wel veel gezegd is. Bij hoge waterstand, en dan bedoel ik vooral tijdens de wintermaanden, durft die wel oplopen tot 10 km per uur maar in de zomermaanden als wij van de partij zijn bedraagt die maximum 1,5 tot 2 km per uur. En dan in een gestuwde Maas met allicht de wind op kop!

Dan zijn er nog onze collega’s van de scheepvaart. Tot aan het Maaskanaal is er niets te vrezen, dan zijn we alleen. En op het “Canal de la Meuse” is er zoals ik al zei alleen maar licht vrachtverkeer en pleziervaart tot 10 km per uur. Iets meer te vrezen.

Naarmate de Maas volwassener wordt, worden ook de boten groter en het verkeer drukker. Vooral tussen Namen en Luik (een van Europa’s grootste binnenhavens) kunnen de baren woelig worden. Hopelijk hebben we tegen die tijd de techniek te pakken van “ het zich met de kano onder de juiste hoek in de hekgolf van het passerende schip te plaatsen waardoor de snelheid en de ligging van de kano geoptimaliseerd worden. ”Niets te vrezen” zegt Wiel, onze schipper naast God.

Op de Grensmaas tussen de beide Limburgen is er dan weer geen scheepvaart, maar vanaf Maasbracht barst de hel los en wordt de scheepstrafiek ronduit hectisch. En dan wil ik nog niet hebben over de haven van Rotterdam. In mijn ergste dromen zijn wij al menigmaal overvaren door een gigantisch containerschip (“Stuurman wat was dat daar op de radar?  Niets kapitein, zwerfvuil”)” Laat ons niet op de dingen vooruitlopen “zegt Wiel dan.

Als rechtgeaarde scouts die met open ogen in Gods natuur leven zullen wij de gepaste aandacht hebben voor de flora en fauna. Waarom toch op safari of naar het regenwoud als wij onze eigen wildernis niet eens kunnen benoemen? Zo zorgen de diverse regio’s waar wij doorheen trekken voor hun specifieke, dikwijls zeer zeldzame planten.  Denk maar aan de kalkweides in de Vogezen met hun verschillende soorten orchideeën. Of de Levende Grensmaas waar de natuur terug zijn eigen goesting mag doen en de oevers her en der worden ingepalmd door zachte ooibossen.  Ook de visarend werd hier al gesignaleerd. We nemen in ieder geval een natuurgids mee zodat we zeker geen discussie krijgen over of het nu een paling was of een anaconda.

En misschien komen we nog oog in oog te staan met” Mahwot”, een vervaarlijk Maasmonster in de Franse Ardennnen , zoals in een oude legende wordt verteld. Als tenminste tegen die tijd het monster in onszelf niet naar boven is gekomen.

Leave a Reply