Dag 2. Oerwoud, watervallen en vijandige stammen. Ondanks dat het onheil uit de lucht kwam belandden we toch nog in de hemel

Afgelegd traject : Domrémy-La-Pucelle – Vaucouleurs : 35 km. Reistotaal: 50 km

Weersomstandigheden : ‘s morgens een paar buien, ‘s middags mooi, wind

Vaarkwaliteit : prima, veel stroming.

 

Om 7 uur stonden we op, werkten  ons blog bij, braken ons kamp op, en mooi om halfnegen stond de Nederlandse mevrouw (Erlinde mochten we zeggen)

met haar auto klaar om ons op te halen. En ze bracht ons niet alleen tot aan het water, maar reed ons eerst naar de bakker en  bij haar thuis stond de koffie klaar.

Een Jeanne d’Arcgebaar in Domrémy. Nogmaals bedankt Erlinde en vriendin Erika. Lekker ontbeten aan het water.

 

Om 9.30u konden we terug afvaren, en de felle stroming maakte een goed tempo mogelijk. Enkele frisse regenbuien zorgden voor de afwerking van ons ochtendtoilet.

 

Het uitzicht was weer prachtig en de dichte begroeiing van de wilgenbomen op de oevers gaf ons een echt oerwoudgevoel.

 

Er dienden ook weer een aantal barrages gepasseerd. De eerste was in Maxey en men had ons gezegd dat we deze probleemloos konden omzeilen via een zijarm. Zo gezegd zo gedaan, we namen de zijarm en kwamen terecht aan een watermolen waar we niet  verder konden.

 

Toen we een man naar buiten zagen komen, en wij hem de weg vroegen, beschouwde hij dat blijkbaar als een oorlogsverklaring en schold hij ons uit in een soort Kaninefaats waarvan we alleen het woord”privé” verstonden.

Er kwam net geen speer aan te pas.

Beleefd zeiden we merci, draaiden ons om, terwijl we ondertussen de alternatieve gebruiksmogelijkheden van onze peddels bespraken.

 

Terug aan de barrage, toch wel zo’n vijf meter hoog, ben ik voorzichtig door het water over de stenen naar beneden gegaan, en heeft Wiel  met een koord de boot zachtjes naar beneden gevierd.

Een techniek die wij vandaag nog zo’n vijfmaal zouden toepassen.

 

Om 13 uur werd halt gehouden voor de picknick, waarbij de heerlijke gelei van Gerda werd aangesproken.

Na de middag konden we er door de stroming ook weer een goede vaart op na houden al was het in de vele bochten niet altijd gemakkelijk de boot in koers te houden.

En helaas dames en heren, toen we op een bepaald ogenblik een laag overhangende boom moesten ontwijken, kwamen we iets te kort, werden we gegrepen door een tak en gingen we ondersteboven.

 

Gelukkig kregen we de boot snel aan de kant en hing onze bagage volledig vast.

Maar ik was mijn peddel en mijn hoed kwijt!

Er zat niets op dan de kano leeg te hozen. Gelukkig hadden we nog een reservepeddel, maar in vergelijking met onze grote peddels is dit meer een thuisbrengertje voor de laatste kilometers.

 

Niet getreurd en verder, en tot onze grote vreugde stak mijn peddel een paar kilometer verder in een hoop drijfhout. Opluchting!

 

Voor de rest waren er geen noemenswaardige problemen en rond 17 uur kwamen we aan in Challaine bij Vaucouleurs.

We stapten uit vlakbij het kasteel.

 

Omdat iemand ons gezegd had dat er in Vaucouleurs een camping was werd de boot op de kar geladen en stapten we naar het dorp waar een gendarme ons zei dat er helemaal geen camping was.

Rechtsomkeer en stikkapot terug naar Challaine.

 

“Ik ga vragen of we bij het kasteel mogen kamperen.” Zei Wiel.

Ik hoorde Napoleon spreken. Wiel vertrok naar de ingang van het kasteel, terwijl ik bij de kano bleef.Toen hij vijf minuten later terugkwam vroeg ik :”en ?

“ Ze komen dadelijk de tuinpoort opendoen, taffeleir”  .

 

De hemel bestaat nog! Wij werden persoonlijk door de kasteelheer en zijn kleindochter binnengelaten en mochten ons een plekje zoeken op het grote gazon voor het kasteel. Meer nog : toen wij vaststelden dat onze waterdichte zakken niet zo waterdicht waren en alles kletsnat was, mochten wij een zak linnengoed meegeven voor de droogkast. We mochten  douchen in het kasteel en we werden uitgenodigd voor het aperitief.

 

Moet er nog iets gezegd? U had ons die avond moeten zien zitten.

Blinkend van onder de douche in de grote salon van het kasteel, samen met de kasteelheer, zijn echtgenote, dochter en kleindochter.

Het was het meest hallucinante moment van onze reis tot nog toe.

We hebben een uurtje gezellig gepraat over onze reis en hun kasteel .

Het zijn heel charmante mensen die hun kasteelpark regelmatig openstellen voor reizigers zoals wij.

Toen we naar onze tent liepen en ik aan graaf Guillaume de Borkelmans de Vaucouleurs vroeg of dit wel echt was geweest, mompelde hij voor de tweede keer vandaag :”taffeleir!”

4 thoughts on “Dag 2. Oerwoud, watervallen en vijandige stammen. Ondanks dat het onheil uit de lucht kwam belandden we toch nog in de hemel

  1. Hugo,

    ‘k geniet van elke zin? Jij ten voeten uit. Wiel …hou em aan de gang
    Ik kijk tegemoet naar de kiekjes. Als gecensureerd moet dan hou je ze maar even in cognito

    oke tot de volgende blog
    gieke

  2. Mèt hiel dèt getaffel kómme den echte kastielhier en de bèste sjri-jver van reisverhale boeve water! Doot zoe doer! Groetjes ówt Mezeik vanwege den ierste rezerref!

  3. Dedju jonges, Hugo gief ins get mier outlek uver dei dochter (s) van de kastielhier! En lier uch toch mer eskimotere vuur de kommende hindernisse. succes!

Leave a Reply